Rob Rensenbrink is vrijdagavond op 72-jarige leeftijd overleden aan de gevolgen van de spierziekte PSMA. Rensenbrink maakte vooral naam bij Anderlecht, waarmee hij in de jaren 70 onder andere twee keer Europacup II won.

Rensenbrink begon zijn carrière bij het Amsterdamse AFC DWS. Toen hij daar indruk maakte leek een transfer naar Ajax aangewezen, maar daar maakte Piet Keizer toen furore op zijn positie. Op een bepaald moment kwam Feyenoord op de proppen, maar zijn volgende club werd Club Brugge. Twee jaar later, in 1971, nam Constant Van den Stock hem mee naar Anderlecht.

In het Astridpark, waar hij met onder andere Jan Mulder, Jan Ruiter en Arie Haan zou samenspelen, kende Rensenbrink uiteindelijk zijn grootste successen. Naast twee landstitels en vier Bekers van België veroverde hij er ook twee keer Europacup II. Dankzij zijn vele dribbels kreeg hij er ook de bijnaam ‘Het Slangenmens’. In die periode haalde Rensenbrink ook twee keer de WK-finale met Nederland. In 1978 trapte hij Oranje tegen Argentinië in de extra tijd ei zo na naar een delirium, maar zijn trap belandde tegen de paal.

Op zijn 32e ging Rensenbrink in de Verenigde Staten bij Portland Timbers spelen. Zijn laatste kunstje op het hoogste niveau vertoonde hij bij Toulouse FC, waar zijn ex-ploegmaat Gilbert Van Binst toen speelde. Rensenbrink leed de laatste jaren van zijn leven aan PSMA, een dodelijke spierziekte die een variant is van ALS.