In Nederland is oud-Ajax-verdediger Barry Hulshoff op 73-jarige leeftijd overleden na een kort ziekbed. Hulshoff speelde bijna heel z’n carrière voor Ajax, waarmee hij driemaal op rij Europacup I won. Later ging hij in België aan de slag als coach van FC Wuustwezel, Lierse, Westerlo, Beerschot, STVV, Eendracht Aalst en KV Mechelen.

Hulshoff, geboren op 30 september 1946 in het Overijsselse Deventer, kwam in zijn spelerscarrière maar voor twee clubs uit in de Eredivisie: Ajax en MVV. Zijn debuut in het eerste elftal van Ajax, dat hem had weggeplukt bij Zeeburgia Amsterdam, mocht hij van trainer Rinus Michels vieren op 6 januari 1966 in de topper tegen Feyenoord. “Een week later stond ik wel alweer in het tweede elftal. Maar dat vond ik niet erg, het hoorde bij het proces”, blikte Hulshoff in 2015 terug op zijn debuut.

Het bleef niet bij één wedstrijd in het eerste: van 1966 tot 1977 zou Hulshoff 385 keer het shirt van Ajax dragen. In 1969 ging hij in zijn eerste Europacup I-finale de boot in tegen AC Milan, maar tussen 1971 en 1973 was het driemaal op rij prijs tegen respectievelijk Panathinaikos, Internazionale en Juventus. Naast ook het WK voor clubs in 1972 en de UEFA Supercup in 1972 en 1973 werd Hulshoff in eigen land zeven keer landskampioen met Ajax. Hij won ook vier keer de KNVB beker, goed voor een totaal van zeventien prijzen.

In zijn Ajax-tijd droeg Hulshoff ook veertien keer het shirt van Oranje. Zijn eerste interland speelde hij op 10 oktober 1971 tegen Oost-Duitsland. Op 18 november 1973 liet hij zich in een WK-kwalificatiewedstrijd tegen België mee ringeloren waardoor Jan Verheyen de 0-1 scoorde, maar het loepzuivere doelpunt werd afgekeurd waardoor niet België maar Nederland naar het WK 1974 mocht. Nederland werd tweede in West-Duitsland, maar zonder Hulshoff, die door een knieblessure had moeten afleggen.

Het is natuurlijk maar een gissing, maar misschien was Nederland in 1974 met Hulshoff erbij wél wereldkampioen geworden. De Deventernaar was immers kopbalsterk: in tegenstelling tot de zeer offensieve links- en rechtsbacks Ruud Krol en Wim Suurbier stormde Hulshoff bij voorkeur alleen bij corners mee naar voren. Bovendien was hij in zijn eerste vier interlands voor Oranje telkens trefzeker, een eer die hij deelt met Kick Smit (1934), Noud van Melis (1950-1951) en Piet Kruiver (1957-1958).

Nochtans was de lange, slungelige verdediger niet bepaald de man van de opbouw bij Ajax – het NRC Handelsblad omschreef hem als ‘de houthakker tussen de balkunstenaars’. Toch kon hij met het hoofd dodelijk gevaarlijk zijn. “Hij was niet elegant, maar hij stond zijn mannetje. Hij was echt een solide verdediger, mede ook dankzij zijn postuur en lengte”, omschreef Ruud Krol zijn ex-ploegmaat later. Het zachtaardige karakter van de zogenaamde houthakker drukte overigens door in zijn speelstijl: als Hulshoff een tegenstander moest uitschakelen, zocht hij altijd een manier om dat zonder overtreding te doen.

Na de knieblessure die het WK 1974 voor hem had verpest werd Hulshoff nooit echt meer de oude. Hij speelde nog twee seizoenen bij MVV Maastricht en stopte in 1979 met voetballen. Hulshoff begon nadien gestaag een trainerscarrière op. Na een drie jaar durende passage bij de Belgische lageredivisieclub FC Wuustwezel nam hij in 1988 samen met Spitz Kohn en Bobby Haarms het roer over bij Ajax nadat zijn ex-ploegmaat Johan Cruijff was vertrokken. Ajax verloor dat jaar de Europacup II-finale van KV Mechelen, de club waar hij van januari tot december 2001 trainer zou zijn en waarmee hij in mei 2001 uit Eerste klasse tuimelde.

KV Mechelen werd uiteindelijk de laatste Belgische eersteklasser die Hulshoff coachte – al werd hij later nog jeugdcoördinator, beloftentrainer en assistent-trainer bij Westerlo. Westerlo, de club waar hij van 1993 tot 1996 al hoofdtrainer was geweest in Tweede klasse. Verder was er in België ook nog Lierse SK (1989-1991), KSK Beveren (1996), Beerschot (1997), STVV (1997-1998) en Eendracht Aalst (1998-2000). Later zetelde hij ook in de ledenraad van Ajax, op verzoek van Johan Cruijff die er meer oud-spelers wilde bijhalen. In de laatste jaren van zijn leven trad hij op als mentor en zaakwaarnemer – samen met Mino Raiola – van Matthijs de Ligt.

Sportief zal hij altijd herinnerd worden als het slot op de deur van Het Gouden Ajax waarin Johan Cruijff, Piet Keizer en Johnny Rep zich offensief konden uitleven. Extrasportief blijft hij voor eeuwig leven als de eerste Nederlandse profvoetballer die figureerde in een reclamespot: samen met zijn hond Boeddha adverteerde hij voor hondenbrokkenmerk Chappi, wat hem… een videorecorder en hondenbrokken opleverde. Hulshoff blijft ook voor eeuwig karikaturaal vanwege zijn lange haar en forse baard. Een wilde baard die eigenlijk totaal niet paste bij zijn goedaardige karakter.