Na zijn provocaties in de bekerontmoeting tussen Standard en Antwerp, kreeg Didier Lamkel Ze het vorige zaterdag zwaar te verduren. Hij werd van opwarming tot laatste fluitsignaal uitgefloten bij elk balcontact. Uiteraard was dat ook – en nog veel nadrukkelijker – het geval bij Steven Defour. Na de wedstrijd liet hij enkele opvallende uitspraken noteren, met als hoogtepunt het volgende: “De mensen vergeten snel. Ik ben nog altijd de laatste kapitein die kampioen is geworden met Standard.”.

In het collectieve geheugen der Standardsupporters spoken nog enkele andere quotes van Steven Defour rond. Wat dacht u van “Anderlecht heeft een grote mond en dat wisten wij, en vandaag hebben we getoond dat ze hun mond moeten houden.” tijdens het titelfeest in 2009, of “Tekenen bij Anderlecht is onmogelijk. Ik heb te veel respect voor de Standardfans met wie ik me één voel. Ik ben vergroeid met deze club.” twee jaar later? Over een slecht geheugen gesproken.

“Tekenen bij Anderlecht is onmogelijk”

Steven Defour (2011)

Steven Defour was voor zijn Anderlechtperiode standbeeldmateriaal in Luik. De kapitein, die inderdaad één leek met de fans en na 25 jaar droogte opnieuw de kampioenentrofee in de lucht mocht steken, werd op handen gedragen door de vurige Standardsupporters. Tot die ene foute – en vooral onbegrijpelijke – keuze.

Supporters van alle ploegen ter wereld vragen slechts één ding van hun helden: teken nooit bij een rivaal. Standard mag er dan misschien meer hebben dan de gemiddelde club, toch heeft elke ex-speler voldoende keuze wanneer hij op zoek gaat naar een nieuwe werkgever. Ook Defour toen hij voor Anderlecht koos. Op dat moment was onder meer PSV geïnteresseerd, dus de oud-Rode Duivel stond toen niet met zijn rug tegen de muur: er was geen sprake van ‘RSCA of stoppen met voetballen’. Het was een bewuste beslissing.

Dieumerci Mbokani werd afgelopen weekend niet of nauwelijks uitgefloten op Sclessin. Ietwat vreemd als je de context kent, want de spits kreeg jaren geleden een kans bij Standard toen hij Anderlecht door een achterdeurtje moest verlaten, kende veel successen in Luik… en ging later opnieuw bij Anderlecht spelen. Het feit dat hij niet echt onder vuur ligt bij de fans, kent verschillende redenen. In de eerste plaats is niemand de vele belangrijke doelpunten in de Pro League én Europees vergeten en daarnaast erkent iedereen zijn kwaliteiten, die hij tot op de dag van vandaag elke wedstrijd laat zien (en nee, hij hoeft niet te scoren om geweldig te spelen). De Congolees heeft vooral nooit grote uitspraken gedaan, en dat is misschien wel de voornaamste oorzaak van het stilzwijgende en al dan niet wederzijdse respect.

Gehaat in Luik, niet geliefd in Anderlecht en Genk, geflirt met KV Mechelen… Steven Defour is op enkele jaren tijd getransformeerd van een talentvolle clubspeler naar een opportunistische clubhopper die kan terugblikken op een (relatief) mislukte carrière. Het werkwoord terugblikken impliceert natuurlijk wel een zeker memoriseringsvermogen, dus allicht beseft hij zelf niet dat zijn voetballoopbaan geen succesverhaal geweest is.

Sinds zijn hoogverraad nam Steven Defour het reeds tienmaal op tegen de Rouches. Daarin pakte hij meer rode kaarten (1) dan zeges (0), de teller staat vooralsnog op zeven nederlagen en drie draws… Spelers zoals Defour die de – zeer terechte – titel van Judas krijgen, zorgen er natuurlijk wel voor dat de echte clubgrootheden nóg groter worden. Hoe zeldzamer clubliefde wordt, hoe groter de trots ten aanzien van de spelers die hun club nooit in de steek laten. Daarom: leve Axel Witsel! En tegen Defour zeg ik het volgende: de pot verwijt de ketel dat hij zwart ziet!