Na veel vijven en zessen heeft Eleven Sports bekendgemaakt dat het voetbalcontract voor de komende jaren is afgesloten met alle 24 profclubs (inclusief Antwerp). Het spierballengerol van de G5 heeft geloond, de kloof tussen de G5 en K11 houdt stand en wordt de komende jaren groter.

Over het nieuwe voetbalcontract is al veel gezegd en geschreven, maar over de gevolgen hiervan voor de kloof tussen de G5 en de K11 wordt angstvallig gezwegen.

De G5 zijn de 5 grootste voetbalclubs van België bestaande uit RSC Anderlecht, Club Brugge, Standard de Liège, KRC Genk en KAA Gent. Deze clubs behoren tot de G5 op basis van de sportieve resultaten van de afgelopen 5 seizoenen. Daartegenover staat de K11, de 11 ‘kleine’ clubs in het Belgisch voetbal.

Op basis van de verdeling tussen de twee bovenstaande groepen, worden bijvoorbeeld de tv-gelden verdeeld. Met andere woorden, behoor je als club tot de G5, dan krijg je meer geld dan een club behorende tot de K11. Tot zover dit duidelijk onderscheid. Maar de vraag die gesteld moet worden, is of dit wel eerlijk is. Wordt met andere woorden de kloof tussen de G5 en de K11 niet te groot?

Kloof tussen de G5 en de K11

De G5 heeft het Belgisch voetbal de afgelopen jaren veel plezier gebracht. Denk aan de Champions League-campagnes van Club Brugge en KAA Gent, de kolkende sfeer op Sclessin, de Europa League-campagne van KRC Genk, de talenten die Anderlecht voortbracht… Al die successen brengen met zich mee dat deze clubs meer inkomsten kunnen genereren dan de K11.

Zij spelen quasi nooit Europees voetbal, hebben een veel minder grote fanbase, verkopen minder spelers aan (naar Belgische normen) astronomische bedragen, waardoor zij natuurlijk minder geld binnenkrijgen… Hier wordt dus al een eerste kloof geslagen tussen de grote en de kleine clubs. Een kloof die moeilijk te overbruggen valt.

De tweede kloof wordt geslagen door de verdeling van de tv-gelden. De G5 krijgt hier de grootste hap uit, om de simpele reden dat zij meer kijkers aantrekken. Maar volgt die simpele redenering ook de logica van de competitiviteit tussen de clubs? De kloof wordt namelijk alleen maar groter, waardoor kleinere clubs niet meer zullen kunnen opboksen tegen de clubs uit de G5. We zien dan ook steeds meer clubs van de K11 met financiële problemen, of die in handen vallen van (louche) buitenlandse investeerders.

Je zou denken dat de KBVB maatregelen zou treffen tegen de financiële malaise bij de clubs, maar niets is minder waar. De eisen om profvoetbal te kunnen spelen blijven behouden, de licentievoorwaarden zijn nog altijd even streng voor alle clubs (hierin wordt geen onderscheid gemaakt tussen G5 en K11). Het economische belang primeert. De charme van voetbal verdwijnt zo langzamerhand en wordt herleid tot een sport waar geen plaats meer is voor sprookjesverhalen zoals doorgroeien van amateurvoetbal naar profvoetbal. Emotie en hoop maken zo plaats voor geldgewin en verdriet door het verdwijnen van (traditie)clubs wegens niet meer kunnen voldoen aan de eisen.

We hebben nood aan revolutionaire ideeën. Waarom zouden de tv-gelden niet gelijkwaardig verdeeld kunnen worden? Of nog meer out-of-the-box: laat de tv-gelden jaarlijks verdeeld worden volgens het klassement van het voorgaande seizoen. Hoe lager je geklasseerd stond, hoe meer geld je zou krijgen. Naar analogie met de NBA, waarbij de laagst geklasseerde club tijdens de lottery voor de first pick meer kans heeft om die te winnen bij de draft van jonge talenten.

Kortom, het wordt misschien eens tijd om het concept G5 en K11 onder de loep te nemen of toch zeker de verdeling van de gelden tussen deze twee groepen te herbekijken. Het Belgisch voetbal kan alleen maar groeien met voldoende (financieel) slagkrachtige clubs die niet in handen zijn van (buitenlandse) investeerders zonder voeling met de clubs… Een logische verdeling van tv-gelden kan een begin zijn.