Het is woensdag 8 april, iets na 18u. De zelfverklaarde leden van de Belgische voetbalintelligentsia vertonen plotsklaps een bloeddorstige blik. Met bevende handen worden notitieboekjes met stevige uitspraken over Moeskroen – die later in opiniestukken en tweets zouden verschijnen en allicht gesmaakt zouden worden door de publieke opinie – van tafel geveegd. Standard grijpt naast zijn licentie.

In tijden van polarisering pleiten de grootste denkers van ons land voor nuance. Ga steeds uit van de harde feiten en vorm een mening die de verschillende kanten van het onderwerp belicht, luidt het devies. Daar was afgelopen woensdag geen tijd voor, en eigenlijk simpelweg geen behoefte aan.

“Standard heeft boven zijn stand geleefd”. “Het bestuur heeft gefaald”. “De financiële put is niet te overzien”. Allemaal grootse conclusies op basis van het rapport over het niet krijgen van de licentie. Een voorstel: laten we eens rustig kijken naar de aangehaalde redenen.

Ten eerste werd gemeld dat het bewijs van de betaling van premies aan acht spelers ter waarde van iets meer dan één miljoen euro in de maand februari van dit jaar niet doorgegeven werd. Dat de bloeddorstige ogen gepaard gingen met een wazige blik, bewezen de eerste nieuwsartikels en opinies over deze kwestie. ‘Het bewijs van’ bleek een onbelangrijke woordgroep en men alludeerde op het niet betalen van de premies. Los van het feit dat het wel erg vreemd zou zijn als een topclub drie niveaus zou zakken omwille van een bedrag van één miljoen euro – de c-kern is meer waard -, klopt dit eenvoudigweg niet. De betaling aan de spelers werd verricht. Het document dat deze transacties moest aantonen, is een paar uur te laat ingediend.

Een tweede punt is het stadiondossier. Sclessin wordt gerenoveerd en daarmee ging een verkoop van het stadion aan ‘Immobilière du Standard de Liège’ gepaard. Dat is een nieuwe nv van Bruno Venanzi waarin onder meer clublegende Axel Witsel investeert. Men stelt zich bij de licentiecommissie vragen over de financiële middelen van deze nv en sprak hierbij over een project. Standard stelt dat het niet om een of ander projectje gaat, maar dat het dossier volledig uitgewerkt en goedgekeurd is door de verschillende betrokken partijen. Door de coronacrisis zijn de handtekeningen enkel elektronisch gezet, wat mogelijk aanleiding gegeven heeft tot de door de Luikse club aangehaalde verkeerde interpretatie van de licentiecommissie. Ik kan niet in uw naam spreken, maar persoonlijk kan ik me niet inbeelden dat zo’n groot dossier niet tot in de puntjes uitgedacht en berekend werd. De renovatie van het Stade Maurice Dufrasne moet verder ook gezien worden in een breder kader: de stad Luik wil de buurt waarin het stadion gesitueerd is laten heropleven, met onder meer een tram van de stad naar Sclessin. Men moet dus allicht ook rekening houden met de financiële middelen van de tweede grootste stad van Wallonië wanneer men de leefbaarheid van dit ‘projectje’ bestudeert.

Waar rook is, is vuur, hoor je veel opiniemakers nu van de daken schreeuwen. Er zal echt wel een onmetelijk financieel probleem zijn bij Standard, zegt men… Ik kan u verzekeren dat de licentiedossiers in België geen lachertje zijn, clubs dienen soms meer dan tienduizend pagina’s aan informatie over hun werking in. Zo’n complexe materie leent zich niet tot conclusies op basis van veronderstellingen. De argumentatie van de licentiecommissie, daar gaat het om. De redenen zijn bekend, en het zijn de redenen die geanalyseerd moeten worden. Aan de opiniemakers die op hun dak staan te schreeuwen trouwens dit: blijf in uw kot!

Waarom krijgt Standard (in eerste instantie) dan geen licentie, hoor ik u terecht vragen. Ik kaats de bal terug: waarom zou Standard wèl een licentie moeten krijgen zonder voorafgaande polemiek? Als de ene kant van het debat het concept nuance volledig vergeet, mag je dat ook in de andere richting doen. Wat dacht je van een complot Mehdi Bayat – Luciano D’Onofrio? Mischien moest een groter nieuwsfeit wel verhullen dat bepaalde ploegen een Europese licentie kunnen krijgen zonder te beschikken over een stadion waarin Europese wedstrijden kunnen doorgaan. Of misschien zochten ze in het Lotto Park wel naar iets dat de aandacht kan afleiden van de schuldenberg, het miserabele seizoen en het steeds verschuivende organigram. Het genuanceerde antwoord klinkt als volgt: de licentiecommissie houdt niet van het te laat indienen van bepaalde documenten en maakt een voorbeelddossier van deze kwestie. En wat het stadiondossier betreft, gaat het hoogstwaarschijnlijk inderdaad om interpretatie.

Als de supporters en spelers van Standard deze ontwikkelingen weten om te zetten in positieve motivatie naar volgend seizoen toe, ziet de sportieve toekomst van Standard er erg rooskleurig uit. Dat neemt echter niet weg dat de Rouches nog stappen moeten zetten wat het financiële beleid van de club betreft, want de boekhouding kent inderdaad rode cijfers (zoals bij verscheidene andere clubs). Met onder meer de queeste naar sportieve stabiliteit van Michel Preud’homme en het stadiondossier is die positieve evolutie volgens mij wel al ingezet. Men mag alleen niet vergeten dat weinig positieve evoluties een onberispelijke stijgende lijn vertonen. Een hobbelig parcours met pieken en dalen zou het motto van Standard kunnen zijn, dus mogen we verwachten én aanvaarden dat het einddoel, een stabiele club, ook op die manier bereikt zal worden.