Ergens in de tuin ligt zoals bij vele voetbalfantasten een afgesleten voetbal. Het leer afgerafeld van de stof, met littekens als gevolg van eindeloze spelletjes. Zacht of hard, jongleren en op de kruising schieten kan je er mee, want het is rond en oogt als een voetbal. Toen die bal nog en forme was, een lange tijd geleden, keek ik op naar Diego Fórlan. De Uruguayaanse, blonde adonis deed alle defensies op het Wereldkampioenschap van Zuid-Afrika in 2010 huiveren. Zijn goal tegen het gastland wou iedereen recreëren: de bal met allure voor zijn favoriete voet klaarleggen en op 25 meter knallen.

Ook het doelkader dat de Fórlantrap ettelijke keren moest slikken (kon ik maar trappen als hem, een grootse wens, maar kleine daden) staat verdwaasd en verloren. Het net hangt al lang niet meer tussen de palen. Het voetbal in mijn tuin heeft betere tijden gekend. Een metafoor voor de Pro League van vandaag? De onzekerheid in beide situaties is even groot. Zal die bal ooit nog eens in die kruising vliegen met de goddelijke voet van Fórlan in wezenlijke gedachten? De heropleving: hoe zou die moeten plaatsvinden? Natuurlijk zal de Pro League ooit nog terugkomen, in tegenstelling tot die anekdotische kindervreugdes.

Vele families bloeden, niet alleen door het virus. Vanzelfsprekend gaat dit over bijzaken nu, maar voetbalclubs zien spartelen of doodgeknepen worden is nooit een leuk zicht. Wees maar eens een supporter van Oostende, Waasland-Beveren of Lokeren. Allemaal clubs van gemiddeld 4000 toeschouwers per wedstrijd, geteisterd door onzekere overnames en/of wansmakelijke sportieve prestaties. Kustboys: net gered, gefusilleerd door paars-witte belangen. Leeuwen: gedegradeerd, maar weten eigenlijk niet wat er achter de hoek komt. En de Tricolores: definitief doorgezakt in het moeras van Daknam, gesneuveld in het slagveld van 1B. Als ‘unknown soldier’ lijken ze te sterven met een anonieme, witte grafzerk op het einde van de rit.

La renaissance, het staat nu al vast dat niet alle clubs die zullen meemaken. De helft van de clubs uit 1B krijgen geen licentie. Of het nu aan de commissie of het beleid ligt, de competitieformule is hopeloos en een echte doodmaker. De toekomst van de tweede klasse hangt daarom aan een zijden draadje. Doch heersen een aantal zekerheden dezer dagen, om positief af te sluiten. Club Brugge is terecht kampioen. Anderlecht haalt voor het tweede jaar op rij geen Europees voetbal. En Wouter Vrancken verdient ondertussen een standbeeld; Mechelen uit de krochten van 1B getrokken, de beker geheven en nu geloodst naar een plek in play-off 1, het beste resultaat van Malinwa sinds de invoering van die verdeeldheid. ‘Fuerte,’ zou Fórlan zeggen. Sterk.