“Où serait le mérite, si les héros n’avaient jamais peur?” “Waar zou de verdienste liggen als de helden nooit bang waren?” Ik citeer Alphonse Daudet, Frans schrijver in de negentiende eeuw. Clément Tainmont moet wel bang geweest zijn toen hij voor de poorten van Achter De Kazerne stond, van de hemel naar de hel in de stand afgedaald. Orpheus daalde naar de onderwereld om zijn geliefde van duivel Hades te redden. Bovenal waren Orpheus en Tainmont vastberaden in hun keuze. Gegaan voor de liefde, even heroïsch en onsterfelijk als ze zouden worden.

26 januari 2018: een vrijdagavond, nooit geweten dat de onderwereld zo koud kon zijn. De duisternis was al lang neergestreken toen Moeskroen won van KV Mechelen. Malinwa bereikte definitief de bodem toen de poëtische tekst van You’ll Never Walk Alone spontaan van de trappen zwalpte. Een treurzang, droefenis stond de melodie bij. Een leeg veld, want het einde was te ruiken. Nog maar één speler stond op de groene mat, verdwaald in de onderwereld: Tainmont. Hij gaf zich over aan de geelrode aanhang, aanbad ze, voedde zich door de galmende gezangen. Wat moet hij hebben gevoeld? Hartkloppingen, tranen, ongetwijfeld. De hele groep waande zich uiteindelijk in die verdwaasdheid. De boodschap was gegeven, de muziek van Orpheus geklonken. Tainmont werd een held voor de supporters.

De onderwereld was ingestort, Mechelen gedegradeerd. Tainmont verzonk mee in het lot van de club. De eerste weken van de ploeg als slapende reus waren moedeloos, maar Tainmont streed bitter hard. Hij droeg het embleem even als topschutter, voor altijd als cultfiguur. En dan sloeg ie ook de definitieve mokerslag die Mechelen naar de Heizel stuurde; de korte hoek op Union en onderging de verlossing bij de supporters, die zoveel voor hem betekenden. Een jaar na het debacle van Moeskroen, hetzelfde beeld.

16 maart 2019, minuut 88. De heropstanding naar de hemel was zo ver weg, net zo ver als de bal die Kaya van de eigen helft moest trappen. Even alleen stond hij daar, de baan van de bal volgend. Geen stuiptrekking van twijfel werd hem gewaar. De zuiverheid. Een moment van absolute heroïek, aanspraak makende op goddelijke krachten. De angst van de held was voorbij. Tainmont sprintte naar de staantribune met de grimas van een overwinnaar. Hij wees naar de grond: ‘Hier sta ik dan.’ Met dit gebaar maakte hij zich onsterfelijk voor KV Mechelen, dat terug in de hemel vertoefde. Doorheen een mensenmassa, misschien nog niet goed beseffend wat hij net had gedaan, wandelde hij met z’n zoon op de arm naar de catacomben. De rust zelve, selfies uitdelend, man van het hart. Daar waar de emoties kolkten als lava met een tipje van arrogantie. “Tijdens een finale is het zo dat, zonder mezelf te ‘bestoefen’, grote spelers staan er op grote momenten,” vertelde hij met een brede glimlach. Zo is dat. Tainmont werd een held voor de club.

Van helden genieten we steeds te weinig. Toch bij elke baltoets die hij nog heeft uitgevoerd in het geelrode shirt merkte ik de gouden glinstering aan zijn voeten. Hij zal nooit vergeten worden bij Malinwa, voor altijd lang zal zijn naam prijken in anekdotes en andere geschiedenissen. Een grote man, vader, speler, held: Tainmont. Merci pour tout.