Het zal de oplettende voetballiefhebber misschien zijn opgevallen: voetballers kwamen deze week regelmatig positief in het nieuws. Beginnen doen we bij Dimitri Payet. De Fransman verlengde zijn contract bij Marseille tot 2024. Opvallend is dat hij daarbij akkoord ging met een loonsverlaging van 40%. Marseille beleeft financieel moeilijke tijden. De traditieclub voelt de gevolgen van de coronacrisis en riskeert ook een boete van 3 miljoen euro voor het schenden van de Financial Fair Play-regelgeving. Met zijn loonsverlaging wil Payet naar eigen zeggen iets terugdoen voor de club. Op naar het Duitse voetbal. Daar hangt Mario Gomez zijn schoenen aan de haak nadat hij met Stuttgart dit seizoen terug promoveerde naar de Bundesliga. Super Mario zag het als zijn laatste missie om Stuttgart weer naar de eerste klasse in Duitsland te brengen. Danke, Herr Gomez. Wie de omgekeerde beweging maakte, was Arjen Robben. De ex-Bayernspeler keert voor minstens een seizoen terug bij zijn jeugdclub Groningen. Alvast iets om volgens seizoen naar uit te kijken.

Clubliefde is wat voetbal zijn charme en emotie geeft, maar tegelijk wordt het steeds meer een uitzondering. Spelers blijven zelden langer dan drie jaar bij een club. In een opportunistische bui kussen ze het clubembleem om dan een halfjaar later naar een andere competitie te verkassen. De voetbalwereld is door de jaren heen afgetakeld tot een wereldbedrijf waar import en export van spelers wordt gezien als dagdagelijkse business. Voetbalmakelaars hangen als aasgieren boven spelers die einde contract zijn, om ze dan vervolgens te verpatsen aan de club die hen persoonlijk het meeste profijt biedt. Ook jonge spelers kiezen steeds vaker om overhaast de stap naar het buitenland te maken of om miljoenen te gaan scheppen in het Midden-Oosten en daarna in de vergetelheid te geraken. Kortom, de voetbalwereld trekt zich steeds meer terug in egoïsme en geldbejag.

Weinig spelers beseffen nog dat lang voor een club spelen voor een voetballer een geschenk is. Je bent verzekert van een basisplaats en de fans adoreren je. Ze vergeven je voor die ene slechte pass. Ze vergeven je voor die ene keer dat je gevaarlijk balverlies lijdt. Als je geluk hebt, vernoemen ze zelfs hun kind naar je. En dat gewoon omdat jij voor hun club speelt. Kortom, je bent de koning te rijk. Vraag dat maar aan Dries Mertens. Na zeven jaar leek zijn contract bij Napoli af te lopen. Hij kon naar Inter, Chelsea en volgens sommigen zelfs naar Barcelona. Maar Dries wilde niet weg en verlengde zijn contract voor nog eens twee jaar. Ciro Mertens hoefde ook niet lang te twijfelen. Hij voelt zich goed in Zuid-Italië. Fans klampen hem regelmatig vast voor een selfie, hij mag gratis eten in elk restaurant waar hij komt en ook kleuren muurschilderingen met zijn afbeelding de Napolitaanse huizen.

Spelers met clubliefde maken zich onsterfelijk, alleen lijken weinig voetballers dat nog te beseffen. Het werd tijd om de schoonheid van clubliefde nog eens in de kijker te zetten en dat is nu ook gebeurd. Daarom zeg ik: bedankt Dimitri, Mario en Arjen!