De algemene teneur over de Rode Duivels kent voor de tweede keer een dipje. De eerste teleurstelling, de pijnlijke EK-uitschakeling tegen Wales, was uiteraard van een grotere orde, maar ergens toch ook minder structureel. Het huidige dal in het publieksgevoel over de nationale ploeg lijkt namelijk meer te maken te hebben met het selectiebeheer dan met de voorbije twee mindere wedstrijden.

Bondscoach Martínez handelt alsof ‘de generatiewissel’ kunstmatig voltrokken dient te worden. Alsof een hele nationale ploeg opeens van de aardbodem zal verdwijnen en er snel een nieuw blik jonge spelers opengetrokken moet worden, voor het te laat is. Alsof jonge spelers het vak enkel als lid van de nationale ploeg kunnen leren. Zo moeilijk is het niet. Het gaat om een organisch proces, een opeenvolging van normale gebeurtenissen.

Je kan geen lijn trekken tussen generaties. Er is sprake van overlap, om de simpele reden dat de leden van de nationale ploeg niet allemaal in hetzelfde jaar geboren zijn, niet allemaal een zelfde carrièreverloop kennen, niet allemaal dezelfde fysieke cyclus doorlopen en bijgevolg niet allemaal op het zelfde moment op het eind van hun Latijn zijn. Het is een organisch proces, waarbij we eigenlijk niet eens moeten bij stilstaan. Het gebeurt gewoon, en maar goed ook.

Op het wereldkampioenschap in Brazilië was er nog geen sprake van spelers als Batshuayi, Carrasco en Denayer in het nationale tenue. Nog later kwam Tielemans erbij, twee jaar geleden was het de beurt aan Castagne. Allemaal spelers met een zo goed als vaste plaats en zelfs een belangrijke rol in de selectie. Allemaal spelers die nog jaren meegaan. De komende seizoenen zullen er steeds meer nieuwe jongens bijkomen, denk maar aan Vanheusden (reeds één cap), zijn ploegmaat Raskin en een toptalent als Ndayishimiye, om er maar een paar te noemen.

Globaal gezien zal je in 2024 inderdaad mogelijk kunnen zeggen dat de selectie op dat moment kwalitatief minder goed is dan die van pakweg 2018 of 2020. Maar dat neemt niet weg dat die verschillende selecties veel dezelfde namen bevatten, precies omwille van de inherente overlap in dat organisch verloop.

Dat verloop dient niet gestuurd te worden. De bondscoach moet teruggaan naar de essentie van zijn beroep:

  1. Je volgt de prestaties van een groot aantal Belgische voetballers op de voet
  2. Voor elke interlandperiode stel je de beste selectie (op dat moment!) samen: op basis van de 11 beste spelers bepaal je het spelsysteem, waarna je de kern aanvult

Op die manier zal Roberto Martínez bijvoorbeeld objectief tot de conclusie kunnen komen dat 22-jarige verdediger x beter is geworden dan 34-jarige verdediger y. Zo evolueert een selectie op normale wijze. Bepaalde jonge spelers ‘al eens laten proeven van het landenvoetbal’ of, erger nog, bepaalde spelers ‘vertrouwen geven’ door middel van een onverdiende selectie, is not done. Je kan enkel het allerhoogste bereiken met je nationale ploeg als het international zijn een grote eer is die je als speler moet verdienen.

Je kan het voetballiefhebbers overigens ook niet kwalijk nemen als ze patronen denken te zien in de keuze voor welke jongens ‘er al eens bij mogen zijn’. Je kan hen ook niet afschilderen als complotdenkers wanneer de grote meerderheid bepaalde selectiekeuzes erg vreemd vindt en daarbij nadenken over mogelijke effecten als kunstmatige marktwaardeverhoging. Eén ding is zeker: een bondscoach die er alles aan doet om de organische generatiewissels zo vlot en correct mogelijk te laat verlopen, geniet de grootst mogelijke credibiliteit en wordt tevens niet in vraag gesteld wat betreft integriteit.