Vraag in Luik en omstreken naar de naam van de beste voetballer die ooit op De Belgische velden heeft rondgelopen en het antwoord zal je verbazen. De kans is groot dat het antwoord dan niet Ludo Coeck zal zijn, of Eden Hazard. Nee, velen zullen je zeggen dat Roger Claessen de allerbeste was. Niet voor niets is hij uitgeroepen tot “Standardspeler van de Twintigste Eeuw”. Roger Claessen was een fenomeen. Op het veld en daarbuiten. Deze maand is het precies achtendertig jaar geleden dat hij op 41-jarige leeftijd zelfmoord pleegde. DFVF verdiepte zich in het leven van deze Roger-la-Honte, wiens beeltenis nog steeds de hoofdtribune van Sclessin siert.

Bij een topclub als Standard de Liège passeren in een tijdsbestek van honderd jaar onnoemelijk veel goede voetballers. Harde werkers, mannen met grinta. Maar ook rasvoetballers, circusartiesten met een bal aan de voet. Bij een club als Standard wordt je dus niet zomaar benoemd tot “Voetballer van de Eeuw”. Je moet dan meer zijn dan gewoon een goede voetballer. En Roger Claessen was meer dan alleen een goede voetballer. Hij was een icoon.

Schaamte

Roger Claessen groeide gedurende zijn voetballoopbaan uit tot het enfant terrible van het Belgische voetbal. Zijn bijnaam luidde niet voor niets Roger-la-Honte (Roger de Schaamte). Claessen deed alles wat God verboden had. Hij was de Belgische George Best, zeg maar een Paul Gascoigne avant-a lettre. De belichaming van de echte working class hero. Hij leefde het leven waar vele fans op de tribune van droomden. Een leven vol voetbal, drank en vrouwen.

Claessen werd op 27 september 1941 geboren in Warsage, een deelgemeente van Dalhem, net buiten Visé. Hij begon met voetballen bij het plaatselijke Etoile Dalhem. Daar scoorde hij aan de lopende band en het duurde dan ook niet lang eer Roger Petit hem naar Standard haalde. Hij kwam er terecht in de beloftenploeg en op zijn zeventiende al mocht Claessen voor het eerst opdraven in het eerste elftal.

Zijn definitieve doorbraak beleefde hij twee jaar later en gaandeweg was hij niet meer weg te denken uit bij de Rouches. Roger Claessen was een grote, sterke centrumspits en beschikte ook nog eens over een grote dosis techniek. Het maken van doelpunten uit alle hoeken en standen was zijn handelsmerk. In totaal speelde Claessen 210 wedstrijden voor Standard en hierin wist hij maar liefst 124 keer te scoren.

Enfant terrible

Indrukwekkende cijfers. Maar toch heeft hij nooit het maximnale uit zijn carrière weten te halen. Daar was zijn buiten het voetbal debet aan. Na elke training of wedstrijd was Claessen namelijk te vinden in het Luikse uitgaansleven. Hij dompelde zich met de regelmaat van de klok onder in bacchanalen. Hij rookte ook nog als een ketter en deelde de lakens met heel wat vrouwelijk schoon. Als Claessen gedronken had, was er niets met hem aan te vangen. Zo belandde hij ooit in de cel na een handgemeen met een politie-agent. Ook op de club had hij geregeld aanvaringen met mensen van het bestuur en met de technische staf.

DE CARRIÈRE VAN ROGER CLAESSEN :
Jeugd: 1954–1956: Etoile Dalhem, 1956–1958: Standard de Liège. Senioren: 1958–1968 Standard de Liège, 1968–1970: Alemannia Aachen, 1970–1972: Beerschot VAV, 1972–1974: Crossing Schaerbeek, 1974–1976: RUS Bas-Oha. Interlands: 1961–1968: 17 interlands voor België. Getrainde clubs: 1974–1976: Bas-Oha, 1976–1977: Sankt Vith, 1977–1978: Queue-du-Bois, 1978–1980 jeugd Standard

Roger Claessen was een opvliegerig type en dupeerde zijn ploeg meer dan eens door zijn gedrag. Zo duwde hij in de verloren bekerfinale tegen Anderlecht in 1965 de grensrechter tegen de vlakte. Hij kreeg de rode kaart en dat kostte Standard uiteindelijk de overwinning. Op andere momenten sprak zijn wispelturige karakter juist wel in zijn voordeel. Tijdens een Europese match tegen Rába ETO Győr brak hij, bij een botsing met een verdediger, zijn onderarm. Wisselen mocht toen nog niet. De gewonde Claessen moest het veld verlaten. Op de reservebank dronk hij, om de pijn te verdoven, een halve fles whiskey leeg om vervolgens weer terug te keren op het veld. Met een stuk in zijn hakken schoot hij vlak voor tijd Standard naar de volgende ronde.

Populair

Roger Claessen de absolute publiekslieveling. Ondanks al zijn streken buiten de witte lijnen: op het voetbalveld stond hij er altijd. Zijn populariteit in Luik was ongezien, zelfs toen hij na tien jaar Standard werd getransfereerd naar Alemannia Aachen. Claessen was de eerste Belg in de Bundesliga en zorgde elke thuiswedstrijd voor een volksverhuizing vanuit de regio Luik naar Aken. Volgens verhalen van toen, trokken tweewekelijks zo’n 4000 supporters de grens over om Claessen in Duitsland aan het werk te zien. Met Roger Claessen in de punt van de aanval werd Alemannia Aachen tweede in de Bundesliga, vlak achter landskampioen Bayern München.

De vreugde was jammer genoeg van korte duur, want als snel ging het bergafwaarts met Claessen. Het plotse overlijden van zijn ouders en een pak blessureleed duwden Claessen diep in de put. In 1970 degradeerde Alemannia Aachen en dat deed Claessen besluiten terug te keren naar België. Hij probeerde het nog bij Beerschot en Crossing Schaerbeek, maar nergens haalde hij meer zijn oude niveau.

Triest einde

Na een nieuwe zware kniekwetsuur verhuisde Roger Claessen terug naar zijn geboortestreek. Hij ging spelen voor derdeklasser Bas-Oha. Hij opende er ook een café, waar hij poëzie- en literatuuravonden hield. Het grote probleem was echter dat Claessen naar verluidt zijn eigen beste klant was en niet zelden laveloos achter de teek stond. Op sommige avonden speelde hij het zelfs klaar om zijn gasten in zijn eigen café achter te laten om bij de kastelein aan de overkant zelf te gaan zitten drinken.

Claessen leefde de laatste jaren bijna als een kluizenaar. Hij woonde in een klein appartement, met enkel een bed en een televisietoestel. Daar werd hij op 3 oktober 1982 gevonden. In een hoek van de kamer, met zijn hoofd tegen een muur geleund. Hij overleed aan een hartstilstand, veroorzaakt door een dodelijke melange van valium en alcohol. Zelfmoord, zo bleek later.