Ray Clemence, oud-doelman van Liverpool en Tottenham, is maandag op 72-jarige leeftijd overleden. Clemence won tal van nationale en internationale prijzen en behoort tot het select clubje voetballers die meer dan 1.000 profwedstrijden speelden, maar zijn interlandcarrière verliep minder succesvol.

Clemence begon bij de jeugd van Notts County, maar debuteerde in 1965 als zeventienjarige bij derdeklasser Scunthorpe United. Twee jaar later plukte Liverpool FC hem daar weg. Na een paar seizoenen in de schaduw van de Schot Tommy Lawrence nam hij in 1970 definitief plaats onder de lat op Anfield Road.

Clemence bleef gedurende jaren zeventig de vaste eerste doelman van Liverpool. In die periode won hij tal van prijzen met The Reds: naast vijf landstitels, een FA Cup, een League Cup en vijf FA Charity Shields ook driemaal Europacup I (1977, 1978, 1981), twee UEFA Cups (1973, 1976) en een UEFA Supercup (1977). Tweemaal kwam hij daarbij Club Brugge tegen in de finale: eerst in de UEFA Cup-finale van 1976, en twee jaar later opnieuw in de Europacup I-finale op Wembley. In het seizoen 1978/79 presteerde hij het om in 42 competitiewedstrijden slechts zestien tegengoals te slikken; Chelsea slikte er in het seizoen 2004/05 slechts vijftien met Petr Čech en Carlo Cudicini in doel, maar toen werden er slechts 38 wedstrijden gespeeld.

Club Brugge-Anderlecht

De Europacup I-finale van 1981 tegen Real Madrid bleek zijn laatste wedstrijd voor Liverpool. Zijn opvolger Bruce Grobbelaar zou vervolgens ook een dik decennium het doel van The Reds verdedigen. Clemence zelf breidde na zijn periode bij Liverpool nog een mooi vervolg aan zijn carrière bij Tottenham Hotspur. In zijn eerste seizoen bereikte hij meteen de finale van zowel de FA Cup als de League Cup; de League Cup ging verloren tegen uitgerekend Liverpool, maar in de FA Cup versloeg Liverpool in de finale Queens Park Rangers. Twee jaar later voegde Clemence ook nog een Europese prijs toe aan zijn palmares: de UEFA Cup. In de dubbele finale tegen Anderlecht bleef hij evenwel op de bank voor Tony Parks.

In 1988 zette hij op 39-jarige leeftijd een punt achter zijn rijkgevulde carrière, mede vanwege een achillespeesblessure. Clemence speelde meer dan 1.000 officiële wedstrijden (48 voor Scunthorpe United, 665 voor Liverpool en 240 voor Tottenham). Clemence droeg tussen 1972 en 1983 ook 61 keer het shirt van Engeland. Hij werd er de opvolger van Gordon Banks, de wereldkampioen van 1966. Met hem als vaste doelman miste Engeland het WK 1974, EK 1976 en WK 1978. Op het EK 1980 speelde hij mee in de groepsduels tegen België en Spanje, op het WK 1982 zat hij het hele toernooi op de bank voor Peter Shilton.

Capello’s keeperstrainer

Na zijn spelersafscheid vervoegde hij de technische staf van Tottenham, waar hij in het seizoen 1992/93 samen met Doug Livermore op het trainersbankje zat. Na een trainersavontuur bij derdeklasser Barnet FC haalde Glenn Hoddle hem in 1996 bij de Engelse nationale ploeg als keeperstrainer. Clemence bleef deze functie ook vervullen onder diens opvolgers Kevin Keegan, Sven-Göran Eriksson en Steve McLaren. In december 2007 bracht Fabio Capello echter zijn eigen keeperstrainer mee, waardoor Clemence kon opkrassen. Roy Hodgson haalde hem er in 2012 nog even terug bij, maar in 2013 ging Clemence met pensioen.