In de rubriek ‘vergane glorie’ licht DFVF telkens een ‘vergane’ ploeg uit. In aflevering twaalf komt Stade Leuven aan bod. De club werd gesticht in 1903 en had stamnummer 18. Stade Leuven vierde zes kampioenschappen, successen die allemaal werden gevierd in de lagere klassen. Slechts één seizoen kwam de club uit op het allerhoogste niveau. In het seizoen 1949/1950 werd het seizoen in de Ere Afdeling geen succes. Stade eindigde als zestiende en daarmee als laatste in de rangschikking. In de laatste jaren van het bestaan vertoefde Stade Leuven voornamelijk in Derde en Vierde Klasse. Stade Leuven werd net geen honderd jaar. In 2002, een jaar voor zijn centenaire, ging de club op in fusieclub Oud-Heverlee Leuven.

Op 12 november 1903 zag Stade Louvaniste het levenslicht. De clubkleuren waren groen-wit. In de beginjaren waren het vooral studenten van de Leuvense universiteit die lid werden van de nieuwe voetbalclub. Omdat in die tijd vooral kinderen uit welgestelde gezinnen konden studeren, had de club al snel het stempel van “dikke-nekken-club”.

Sinds 1905 speelde de ploeg zijn thuiswedstrijden op een voetbalterrein aan de Kardinaal Mercierlaan, in de volksmond Den Dreef genoemd. In 1958 bouwde de stad Leuven er het stadion, dat eerst als het Leuvens Sportcentrum door het leven ging, maar tegenwoordig als “King Power at Den Dreef Stadion” de thuishaven vormt van eersteklasser OHL.

In 1928 bestond de Leuvense club vijfentwintig jaar en mocht het zich koninklijk noemen. Vanaf dat moment ging Stade door het leven als Royal Stade Louvaniste. In 1967 werd de Nederlandse naam Koninklijke Stade Leuven aangenomen.

Successen

Stade Leuven kwam zoals gezegd voornamelijk uit in de lagere nationale reeksen. Het grootste succes uit de clubhistorie werd gevoerd in het seizoen 1948/1949, toen Stade winnaar werd van de Eerste Afdeling A, de toenmalige Tweede Klasse. Om te kunnen promoveren naar de hoogste voetbalklasse, de Ere Afdeling, moest er een drieluik worden gespeeld tegen Club Brugge. De heenwedstrijd ging nog verloren met 3-1, maar in de terugmatch waren de Stadisten heer en meester. Brugge werd met 5-1 verslagen. Omdat het doelsaldo in die tijd nog niet meetelde, moest er een derde, alles beslissende, wedstrijd worden gespeeld om de kampioen aan te wijzen. Op neutraal terrein in Gent trok Stade opnieuw aan het langste eind: het werd 4-1. In de ploeg van coach Louis Cordemans speelden toen spelers als keeper Jef Janssens, Armand Toen, Marcel Geysen en Jos Oversteyns.

In de beginjaren zeventig ging het helemaal niet goed met de club. Stade vertoefde al jaren in de middenmoot van Vierde Klasse, totdat het in het seizoen 1970/1971 plots degradeerde naar de Provinciale Brabantse reeksen. Of die degradatie an sich al niet erg genoeg was, eindigden de Stadisten het jaar nadien zelfs op een schamele elfde plaats in de rangschikking. Later bleek het de slechtste prestatie in de historie van de club. Het jaar erop, in het seizoen 1972/1973, herpakte Stade Leuven zich en reikte het tot de tweede plaats, een plek die recht gaf op een terugkeer naar de nationale reeksen. De honger was nog niet gestild, want Stade rukte in één tijd op naar Derde Klasse door meteen kampioen te worden. Een prestatie die enkele jaren later, in de jaargang 1978/1979, nog eens werd geëvenaard.

In 1935/1936, en tientallen jaren later in 1980/1981 en in 1987/1988 werd Stade Leuven kampioen in Derde Klasse. In totaal zou de club in zijn bestaan meer dan dertig seizoenen uitkomen in Tweede Klasse, voor het laatst in 1991. Na de laatste degradatie uit Tweede Klasse speelde Stade Leuven dan weer in Derde en dan weer in Vierde Klasse.

Einde

De club liep na de eeuwwisseling tegen zijn honderdste levensjaar, maar stond behoorlijk wankel op de benen. Het was nog maar de vraag of Stade Leuven die mijlpaal ooit zou bereiken. De club was in 2002 namelijk zo goed als failliet. In Leuven werd ondertussen het plan opgevat om één grote Leuvense voetbalclub op te richten. Stade Leuven zou samengevoegd worden met reeksgenoot en rivaal Zwarte Duivels Oud-Heverlee en het kleinere Daring Club Leuven. Dat gebeurde uiteindelijk ook. Stade Leuven hield daarom, na 99 jaar, op te bestaan.

Op 28 april 2002 speelde Stade Leuven zijn allerlaatste thuismatch ooit. De spelers leken er al de brui aan te willen geven en konden het voor klassenbehoud vechtende SK Tongeren niet bedwingen (1-3). Het afscheid van het eigen stadion werd er zodoende een in mineur. Alsof het afscheid al niet triest genoeg was: op de laatste speeldag moesten de Stadisten nog een uitwedstrijd spelen tegen uitgerekend Zwarte Duivels Oud-Heverlee. In de ogen van velen was dat juist de ploeg die het statige Stade door de fusie zou opslorpen. Stade verloor ook de laatste wedstrijd in zijn bestaan: 2-0.

Fusie

De fusie tussen Stade, Daring en Oud-Heverlee kreeg vaste vorm. De nieuwbakken fusieclub Oud-Heverlee Leuven ging in het seizoen 2002/2003 van start in Derde Klasse onder stamnummer 6142 van Zwarte Duivels Oud-Heverlee. Stade was weliswaar de ploeg met de meeste historie en het laagste stamnummer, het was ook de partij met de grootste financiële problemen. Omdat de financiële positie van de Zwarte Duivels het best van alle drie de clubs was, ging de nieuwbakken fusieclub onder hun stamnummer verder.

Dat duurde voort tot 2018. Niet wars van symboliek kocht OHL in dat jaar alsnog het stamnummer van Stade Leuven. Zonder dat het daarvoor overigens de schulden van toen hoefde over te nemen. Sindsdien speelt OHL onder stamnummer 18. In een verklaring lichtte de clubleiding de overname van het stamnummer toe: “We zijn zeer trots op de drie originele clubs en op hun bijdrage tot de identiteit van Oud-Heverlee Leuven. De respectievelijke geschiedenis van die clubs maakt deel uit van het OHL-verhaal. Het prestigieuze stamnummer 18, dat gedragen werd door Stade Leuven – de oudste van de drie stichtende clubs – weerspiegelt de prille start van dat verhaal. Het is een nummer dat de voetbaltraditie van de stad Leuven beter weergeeft, waar al 115 jaar voetbal gespeeld wordt op hoog niveau. De spelers en supporters van die drie originele clubs zijn erg trots op hun voetbalroots en we vinden dat het stamnummer 18 hun passie voor het spel beter weerspiegelt”.

Dries Mertens en Dennis Praet

Van de huidige generatie voetballers zijn Dries Mertens en Dennis Praet de bekendste ex-Stadisten. Dries kwam als vierjarige al op Stade Leuven, omdat zijn broer Jeroen daar toen voetbalde. Dries zelf begon er zijn voetballoopbaan enkele jaren later. Op de plaats van de huidige parking speelde Dries in het groen-wit bij de Duiveltjes en de Preminiemen. Hij was de beste voetballer van zijn lichting. Ook was hij als klein manneke verschillende keren ballenjongen tijdens de wedstrijden van de A-kern. “Dat deed ik eigenlijk vooral voor de hamburger die we altijd kregen in de rust”, bekende de huidige stervoetballer van Napoli een tijdje terug op de website van OHL.

Ook Dennis Praet zette zijn eerste stapjes op het voetbalvelden aan Den Dreef. Hij kwam er spelen toen Dries Mertens al naar Anderlecht was vertrokken. Praet speelde ook als Duiveltje en als Preminiem bij Stade Leuven. Net als zijn illustere voorganger, stak ook Praet met kop en schouders boven zijn leeftijdgenootjes uit. De jonge Dennis werd als negenjarige gescout door Genk en trok zodoende, net als Dries Mertens, al vroeg de Leuvense poorten achter zich dicht.

In november keerden beide heren terug op Den Dreef, als gelouterde profs en volwaardige Rode Duivels. In het huis waar het voor hen beiden begon, namen zij het voor België op tegen Zwitserland, Engeland en Denemarken. Dries Mertens scoorde tegen Engeland voor het eerst in het stadion van de club van zijn hart. Na 84 minuten spelen werd hij vervangen door…Dennis Praet.