In deze nieuwe rubriek zetten we Belgische (en een aantal Nederlandse) supporters van ietwat atypische buitenlandse clubs in de spotlights. In deze aflevering: Tommy De Cock, supporter van het Spaanse Rayo Vallecano.

Hoe is je liefde voor Rayo Vallecano ontstaan?

Ik heb eigenlijk maar twee voetballiefdes: VW Hamme, dat tegenwoordig in derde amateurreeks uitkomt, en Rayo Vallecano in Spanje. Ik woon al een hele tijd in Madrid, mijn eerste appartementje lag op wandelafstand van het toenmalige Estadio Vicente Calderón van Atlético de Madrid. Ik ging af en toe kijken, het waren de hoogdagen van Falcao, Alderweireld en natuurlijk ook Thibaut Courtois. Ook naar Real Madrid ging ik wel eens kijken, met ronduit fantastische voetballers als Roberto Carlos, Figo, Beckham of ‘El Gordo’ Ronaldo. Met geen van beide topteams heb ik echter een hechte band. Men begon me toen al vroeg lovend te spreken over dat derde clubje in de Spaanse hoofdstad: Rayo Vallecano. Ik ging enkele matchen bijwonen en was meteen verkocht!

Wat maakt Rayo Vallecano zo speciaal?

Rayo is de essentie van het voetbal, zoals dat bijna niet meer bestaat: geen franjes, geen dure loges, geen vedetten. Gewoon een balletje op het gras en proberen zoveel mogelijk doelpunten te maken. Het zeer aanvallende spel is een groot risico in een competitie waarin zoveel ploegen gespecialiseerd zijn in een snelle omschakeling en dus krijgt men niet zelden het deksel op de neus. Rayo – opgericht in 1924 – pendelt geregeld tussen de Primera en Segunda División, en haalde in 2001 zelfs de kwartfinale van de UEFA Cup nadat het onder meer Lokomotiv Moskou en Bordeaux uitschakelde.

De grote clubs hebben het vaak erg lastig tegen de rood-witten, waardoor Rayo de bijnaam kreeg van matagigantes of reuzendoder. Het knusse stadion ligt pal tussen de woonblokken, niet in een anonieme buurt zoals het (overigens prachtige) Wanda Metropolitano of in een chique zakenwijk zoals het Bernabéu-stadion. En ook het damesvoetbal krijgt al vele jaren heel wat aandacht bij Rayo, nog lang voor het een modeverschijnsel werd. Wie champagne, glamour en luxe wil, gruwt van een bezoek aan het onstuimige Estadio de Vallecas, wie houdt van voetbal in zijn puurste vorm – zoals ikzelf – is er net dol op!

Zoals zoveel clubs hebben ze het tegenwoordig knap lastig op financieel en sportief vlak, maar ze zijn toch goed op weg om de eindronde te halen in 2e klasse en dan zien we wel nog. Het belangrijkst is dat de sfeer terugkomt na het virus dat ook in Spanje lelijk huishield.

Woonde je reeds wedstrijden van Rayo Vallecano bij?

Ik probeer 2 à 3 keer per seizoen te gaan kijken, altijd de moeite. Rayo is de trots van Vallecas, een wijk die in de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw sterk groeide toen Spanjaarden uit alle hoeken van het land massaal naar de grootstad trokken op zoek naar een beter leven. Het werd al snel een bastion van het verzet tegen dictator Franco, van de burgerbewegingen en vakbonden. Tegenwoordig is het een kleurrijke, levendige buurt, maar dat rebelse en licht chaotische kantje van Vallecas is gebleven. Ook bij Rayo: de supporters of Bukaneros staan politiek aan de linkerzijde en laten zich geregeld horen met solidariteitsacties zoals steunbetuigingen wanneer fabrieken sluiten, spandoeken tegen homohaat of gezangen tegen fascisme. Enkele jaren geleden kwam de club nog internationaal in het nieuws toen een oude vrouw die uit haar huis dreigde te worden gezet wegens de bankencrisis financieel werd gered.

De leukste wedstrijden zijn tegen bevriende clubs zoals tegen Sevilla, toch geen kleine vereniging. De bezoekende supporters zingen dan spontaan “El Rayo es de Primera” (Rayo hoort thuis in 1e klasse), ik zie het in België niet snel gebeuren. En natuurlijk ook Athletic de Bilbao: tegen de Basken is het altijd feest, wat ook de uitslag is. Iedereen maakt er dan een totaalervaring van: lekker eten in de vele cafés en restaurants rond het stadion, wat terrasjes doen, gezellig rondkuieren en dan naar de match die vaak van een zeer hoog en intens niveau is. De politie doet zelfs niet de moeite om beide supportersclans te scheiden, ze vertoeven toch al uren samen. Het laatste hoogtepunt was er bijna drie jaar geleden, toen Rayo kampioen speelde in tweede klasse na een geweldig seizoen met veel doelpunten en spektakel. Voor de cruciale match tegen Lugo was het uren aanschuiven, de viering achteraf was fabuleus. Het jaar erna zakte men opnieuw uit de Primera División, maar niemand die er echt om maalde: dan is het weer uitkijken naar het volgende promotiefeest …


Alle artikels in deze rubriek: De atypische voetbalfan