Ça fait maintenant des années, que je me suis mis à t’aimer. De beginregel van een geelblauwe liefdeszang op de melodie van Un giorno all’improvviso. Elke zichzelf respecterende supportersschare heeft een eigen versie op dit Italodisco-lied. Zo ook Union Saint-Gilloise. Menige dichter kan het Petrarcaanse liefdesverlangen proeven in de tekst. Voor de Unionisten gaat het net daar om: liefde voor voetbal, Brussel en Union. Ne me demande pas pourquoi, l’amour ne s’explique pas.

Afgelopen zondag promoveerde de club na achtenveertig jaar afwezigheid opnieuw naar de eerste klasse. Het glorieuze Dudenpark was stil, een beeld dat vloekt met kampioenschap, net zoals de oerlelijke nieuwe trofee van 1B. Dat de fanatieke Unionisten dit niet konden meemaken is hartverscheurend. Dit historische moment zal volgend seizoen plaatsmaken voor een openbarstend Sint-Gillis, de Bhoys staan klaar om Anderlecht en Standard te ontvangen.

Voor de Pro Leaguevergadering afgelopen dinsdag haalde AA Gent-manager Michel Louwagie hard uit naar de promovendus. Hij vergeleek Union met ‘het beloftenteam van Brighton’ (Brighton is de zusterclub van Union). De wereldvreemde arrogantie spatte van zijn terugtrekkende haarlijn af. Wereldvreemd, omdat Union slechts één Brighton-speler in de huidige kern heeft. Arrogant, omdat als je eigen club slechts elfde in de stand staat, je gewoon nederig moet zwijgen over andermans succes.

Laat daarom geen misverstand verstaan over de promotie van Union, zij zullen Gent het nog knap lastig maken volgend seizoen. Denk maar aan Antwerp, KV Mechelen, Beerschot en OH Leuven, allemaal promovendi die meteen furore maakten op het hoogste niveau. De hel van 1B schept taaie monsters, en elke eersteklasser zou bang moeten zijn om naar het vooroorlogse Joseph Mariënstadion af te zakken. Daarom weet ik hoe de Pro Leaguevergadering Union welkom heette, nadat Louwagie zijn mond hield: “Er is een koningin in ons midden gekomen.”