Vorige week overleed Lucien Olieslagers op 84-jarige leeftijd. De voormalige middenvoor van Lierse, die in 1960 de landstitel en in 1969 de Beker van België won met de Pallieters, is de enige Belgische Gouden Schoenwinnaar die nooit een A-cap voor de Rode Duivels behaalde – Sven Kums kan de tweede worden.

Lucianus Olieslagers – zeg maar Lucien – werd op 25 november 1936 geboren in Vorselaar. Als jongen uit een gezin van dertien kinderen zocht hij zijn toevlucht tot het voetbal. Op zijn zeventiende sloot hij zich aan bij de plaatselijke club Ons Genoegen Vorselaar, waar ook zijn broers Herman en Leo voetbalden. Hij stroomde er midden jaren 50 door naar het eerste elftal. In 1956 keerde de club na een klein decennium provinciaal voetbal terug naar de bevordering, om in 1958 derde te eindigen in Vierde klasse op acht punten van kampioen Fléron FC.

Olieslagers, die bij Vorselaar alle aanvallende posities had uitgeprobeerd maar zich het best voelde als middenvoor, trok na een tijdje de aandacht van verschillende eersteklassers. Beringen FC, dat in 1958 kampioen was geworden in Tweede klasse, was heel geïnteresseerd, maar die kon de gevraagde 600.000 frank toen niet op tafel leggen. Het was uiteindelijk Lierse SK, de club waar hij als kleine jongen al naartoe fietste, dat hem aantrok. Een jongensdroom werd werkelijkheid.

De Lierse-fans leefden in de jaren na de komst van Olieslagers dan weer in een droom, want achttien jaar na de oorlogslandstitel van 1942 werden de Pallieters in 1960 voor de derde keer kampioen van België. In tegenstelling tot bij de eerste (Bernard Voorhoof-Bernard Delmez) en tweede (Jos Danckaers-Jules Van Craen) landstitel was er ditmaal geen Lierse-speler in de topvijf van de topschuttersstand. Olieslagers, die in 1959 de zesde editie van de Gouden Schoen had gewonnen, wordt zo als een van de voornaamste gezichten van de derde landstitel beschouwd.

Onverwachte korte pass

Wat dan wel de specialiteit was van Olieslagers, die effectief niet per se bekend stond als een veelscorer? De onverwachte korte pass. Dat blijkt onder andere uit een wedstrijdverslag van Lierse-Union, de eerste wedstrijd die Olieslagers speelde als regerend Gouden Schoenwinnaar. “Olie” was onzeker voor de wedstrijd door een spierkwetsuur, maar raakte toch fit en zette na nauwelijks een paar minuten Gustaaf Sels op weg naar de 1-0 na een verraderlijke dieptepass. Kort voor de tweede helft legde Olieslagers zelf de 2-0-eindstand vast.

Na de 0-4-zege van Lierse op het veld van Berchem Sport in het kampioenenseizoen 1959/60, met dank aan een vierklapper van Olieslagers, had Sportwereld ook nog de volgende lovende woorden voor hem over: “Olieslagers is het type van opportunist, exploiteert de minste steek die de oppositie laat vallen en maart snelheid aan een krachtig schot”. Niet dat FC Barcelona bekendstaat als een club die geregeld steken laat vallen op het veld, maar als Olieslagers de Europacup I 1960/61 niet had moeten laten schieten vanwege een blessure – opgelopen tijdens een vriendschappelijk toernooi tegen Stuttgart, Karlsruhe en Ajax – had Lierse misschien meer voor de dag kunnen brengen dan een 0-5-totaalscore tegen de Catalanen.

Léon Ritzen van Waterschei

Wat naast de Europacup I-deelname nog ontbreekt op het palmares van Olieslagers: een A-cap voor de Rode Duivels. Je houdt het misschien niet voor mogelijk, maar Olieslagers is tot op heden samen met Sven Kums – een andere ex-Lierse-speler – de enige Belgische Gouden Schoenwinnaar die nooit voor de Rode Duivels uitkwam. Da’s het lot van een speler die in periode niet bij Anderlecht, Club Brugge of Standard speelde – of Rik Coppens heette. Net als Kums werd hij ooit wel opgeroepen, maar tot een A-cap kwam het nooit. In april 1960 leek hij dicht bij zijn eerste cap te zijn, maar in de match voordien liep hij tegen Waterschei tien minuten voor tijd een blessure op. In zijn plaats speelde uiteindelijk Léon Ritzen van… Waterschei. Olieslagers was erbij toen België op de Bosuil met 2-1 won van Nederland en gaf achteraf toe dat het hem pijn deed dat hij niet op het veld stond.

Waar hij de jaren ’60 opende met een landstitel, sloot hij in 1969 het decennium af met een Beker van België. En ook meteen zijn periode op het Lisp, want de bekerfinale tegen Racing White was meteen zijn allerlaatste wedstrijd in het shirt van Lierse. Dat hij in de finale enkele minuten voor tijd naar de kant werd gehaald voor Leo Thys, nam hij trainer Staf Van den Bergh kennelijk niet in dank af, want volgens de legende verliet hij de grasmat van het Heizelstadion in tranen.

Terug naar de Bevordering

Als Olieslagers zich op die 18e mei 1969 gekrenkt voelde in zijn eer, heeft hij later alleszins zijn sportieve wraak genomen, want ik 1971 werd hij met KV Mechelen vicekampioen in Tweede klasse, dat daardoor na twee jaar weer terug naar Eerste klasse mocht. Olieslagers keerde echter niet terug mee naar de hoogste divisie: hij ging nog een jaartje voor derdeklasser KFC Herentals voetballen en begon vervolgens aan een zeer verdienstelijke trainerscarrière: na enkele jaren als speler-trainer bij Ourodenberg Sport, dat hij naar de bevorderingsreeksen loodste, maakte hij zijn grote terugkeer bij Vorselaar, dat hij ook opnieuw terugbracht naar de Bevordering. Ook bij Zwarte Leeuw, FC Tielen, Poederlee en Rita Berlaar zat hij in de dug-out.

Ondertussen verstreken de jaren, en in 1981 won er met Erwin Vandenbergh opnieuw een Lierse-speler de Gouden Schoen. Een jaar eerder had de Ramselaar zelfs beter gedaan door ook de Europese Gouden Schoen te winnen. In 2006, toen Lierse SK honderd jaar bestond, werden beide heren in het Lierse Elftal van de Eeuw opgenomen – net als de eerste Lierse Gouden Schoen, Fons Van Brandt. Ook in Vorselaar werd hij geëerd met een infobord naast het monument voor de Vorselaarse sporthelden.