Stel je dat eens voor: staat je land eindelijk eens een keer in een finale van een groot internationaal voetbaltoernooi, kun je de finale niet zien. Het overkwam mij in 1988. Uitgerekend die ene finale, de enige finale die het Nederlands Elftal wél wist te winnen, heb ik nooit kunnen zien. Ja, achteraf natuurlijk wel de hoogtepunten. Maar op het moment van spelen zat ik letterlijk en figuurlijk met een flinke kater in een bus ergens op een Franse snelweg. Het weekeinde van 24 en 25 juni 1988 werd misschien wel de meest memorabele schooluitstap van mijn middelbare school ooit. Voor de voetbalfans onder ons waarschijnlijk ook de grootste domper. Hoe dan ook, het verhaal van deze trip groeide uit tot onze eigen urban legend.

Ik was dus nog middelbare scholier, een jaar of zestien en met onze jaargroep gingen we op studieweekend naar Parijs. Ik weet niet meer wie dat verzonnen had, zo een schooluitje in het weekend van de EK-finale, maar het zal vast geen voetballiefhebber zijn geweest. Toch waren er geen afmeldingen. Parijs is immers een fantastische stad en de schoolleiding had weten te regelen dat we op zondagmiddag de Europese finale van Oranje tegen de Russen in een zaaltje van het hotel op televisie konden bekijken.

Kedeng-kedeng

Het kon niet anders dan dat dit een gedenkwaardig weekend zou worden. Dat werd het ook, maar waarschijnlijk niet op de manier zoals het schoolbestuur dat vooraf had gedacht. Voor wie erbij was, moet het welhaast de meest legendarische schooltrip ooit zijn geweest. Ikzelf ben dat weekend in elk geval nooit vergeten. Dat kan ook niet anders, want bij elk eindtoernooi of bij elk beeld van die bewuste EK-finale komen de herinneringen weer naar boven.

Maar soms wordt je er uit onverwachte hoek ineens aan herinnerd. Zoals vorig jaar, toen ik keek naar een aflevering van NOS Sportzomer. Guus Meeuwis was er te gast. U kent hem vast wel, die zanger van “Kedeng-kedeng”. Hij vertelde daar ineens ons verhaal. Dat hij tot de dag van vandaag nog steeds baalt als een stekker dat hij de finale toen gemist heeft. Hoewel ik precies wist waar hij het over had, kon ik me hem er niet bij voor de geest halen. Waarschijnlijk omdat ik Meeuwis nooit echt geassocieerd heb met voetbal. Hij leek mij toentertijd meer iemand “van de hockey”.

Maar, als ik eerlijk ben, zijn er van dat weekend wel meer dingen die mij niet meer zo helder zijn bijgebleven. Slechts wat flarden hebben de tand des tijds doorstaan. Dat we die zaterdagmiddag door onze leraren vrij werden gelaten bijvoorbeeld. Dat we op eigen gelegenheid een paar uur Parijs in mochten en dat we behoorlijk baldadig waren. We gingen gekleed in oranje voetbalshirts en ook de rood-wit-blauwe vlaggen gingen mee. Om uiteindelijk hijgend in een steeg te belanden, omdat we achterna waren gezeten door een boeienkoning, wiens optreden wij hadden verstierd met ons gezang. Woest was hij en voor iemand van zijn postuur nog snel ook.

“Wacht even, ik ga mee”

Tijdens een stadsrondrit in de vooravond, wisten we uit de bus te glippen, om pardoes midden in de rosse buurt te belanden. Wij volgden de raad op van een wijze Amsterdammer die ooit zong dat “als je langzaam liep, dan zag je meer”. Meer dan kijken zat er ook niet in, de meesten van ons hadden immers alleen een krantenwijk.

’s Avonds, eenmaal terug in het hotel, kregen we te horen dat alcohol ten strengste verboden was. Franse mosterd na de maaltijd, want de helft van ons was al behoorlijk aangeschoten uit de stad gekomen. En daarbij vergaten de leraren onze rugzakken te controleren. Op een gegeven moment liep onze groep richting uitgang. Onze leraar Engels stond aan de deur en vroeg waar we heen gingen. Vanaf het moment dat hij op onze mededeling dat wij flessen drank gingen halen bij een nabij gelegen tankstation reageerde met de woorden “Wacht even, dan ga ik mee”, wisten we dat het deze avond alleen maar fout kon gaan.

En dat ging het ook. De drank was overal. In elke kamer. Rum, whisky, wodka, bier….een gevaarlijke melange voor de maag van de gemiddelde scholier. Keiharde muziek, luid geschreeuw en dus boze hotelgasten die de slaap niet konden vatten. Gangpaden werden ondergekotst en schilderijen vlogen van de muur. Er werd in plantenbakken en in de lift gepist. Zelfs de hotelmanager werd belaagd, toen die met een paar bewakers orde op zaken probeerde te stellen. En dan die ene arme hotelgast op onze gang, die lijdzaam toe moest zien hoe de ene na de andere student met een stuk in zijn kraag uit zijn kamer kwam gekropen.

Het was een nacht, die je normaal alleen in films ziet, dat zal Guus Meeuwis zeker kunnen beamen. Misschien deed hij daar wel inspiratie op voor zijn gelijknamige hit.

Eruit getrapt

Enkel alleen omdat onze gymleraar die nacht kon lullen als Brugman, werden we niet in het holst van de nacht het hotel uitgetrapt. Dat gebeurde uiteindelijk wel de volgende ochtend. Woedende leraren en een rood opgelopen, druk gebarende hotelmanager haalden ons één voor één uit onze kamers. “Wegwezen”, moesten we en naar onze finale konden we die middag fluiten. We werden de bus in gebonjourd en eenmaal compleet, ging het linea recta richting Nederland.

In die tijd waren er nog geen smartphones of internetverbindingen. Om de finale toch nog enigszins te kunnen volgen, waren we aangewezen op een krakende en storende radioverbinding. In het Frans natuurlijk, dus er was amper iemand die er iets van verstond. “Wat zei die commentator nu, is er gescoord?” Twijfels alom. We hadden wel een vermoeden dat Nederland op voorsprong stond, maar door wie en met hoeveel? Niemand die het zeker wist. Zo misten we, al rijdend ergens over Franse of Waalse wegen, die keiharde kopbal van Ruud Gullit, het magistrale doelpunt van Marco van Basten en de capriolen van Hans van Breukelen bij die penalty van de Russen.

Toen het uiteindelijk ook tot onze bus doordrong dat we Europees Kampioen waren geworden, was er eigenlijk niemand die al té uitbundig durfde te juichen. Want als blikken konden doden, waren we die reis al meerdere keren vermoord door de aanwezige leraren. Behalve die van Engels dan, want die had ook een kater.

Moraal van dit verhaal: drank en voetbalfinales gaan niet altijd goed samen. Persoonlijk hoef ik me dit jaar geen zorgen te maken. Het Nederlands Elftal haalt de finale toch niet en het stadium van schoolreizen of uitstapjes van de Chiro ben ik allang gepasseerd. Maar voor jullie Belgen een tip: noteer zondag 11 juli 2021 in je agenda. Drink niet te veel en gedraag je, want voor je het weet, heb je het meest unieke voetbalmoment uit je leven gemist.