Toen Mbaye Leye in januari zijn avontuur als hoofcoach van Standard aanvatte, koos hij in eerste instantie voor een ‘asymmetrische’ 4-3-3-formatie. Met dat systeem werd een prachtige en hoopgevende 12 op 12 neergezet, tot een heus luxeprobleem de kop opstak. Naast João Klauss begon ook Jackson Muleka, die de voorbereiding had gemist en daarna – onder meer omwille van enkele blessures – een lastige seizoensstart kende, immers overtuigend aan zijn statistieken te werken. Een tweespitsensysteem drong zich dus op, maar leidde ook tot moeilijkheden in de opbouw en inconsistente resultaten. Via tijdens de voorbereiding gekweekte automatismen en de reeds bestaande goede verstandhouding op het terrein wat het spitsenpaar betreft, hoopt Standard komend seizoen goed te presteren in een 5-3-2-formatie.

De statistieken van ‘Jack & João’ in 2021 liegen niet: 10 doelpunten en 2 assists namens de Congolees, terwijl de Braziliaan zijn tellers op tweemaal 6 bracht. Ook tijdens de voorbereiding op het seizoen 2021/22 gaat het duo verder op zijn elan, met bovendien een nieuwe assist van Klauss voor Muleka. De twee kunnen niet communiceren zonder tussenpersoon, maar op het veld is hun complementariteit bewonderenswaardig. Met João Klauss beschikt Leye over een hardwerkende spits die graag veel terrein bestrijkt en dankzij zijn technische bagage en kracht een uitstekend verbindingsstuk kan vormen tussen middenveld en aanval. Jackson Muleka heeft zijn bijnaam, The Sniper, dan weer niet gestolen: hij is de pure zestienmeterspits die het doel blindelings weet te vinden en van scoren aan de eerste paal zijn handelsmerk heeft gemaakt.

Mbaye Leye kiest dit seizoen dus voor een 5-3-2/3-5-2, een logische beslissing op basis van de spelerskern die momenteel aanwezig is, al kunnen er op dat vlak uiteraard nog wijzigingen plaatsvinden. Zo blijft ook het driemansmiddenveld van de succesvolle 4-3-3 enigszins overeind, hoewel Samuel Bastien, Gojko Cimirot en Nicolas Raskin (Selim Amallah vertrekt normaal gezien) nu eerder op een lijn dan in een driehoek tussen de lijnen staan. De vorig seizoen doorgebroken Hugo Siquet – zes assists op pakweg een half jaar tijd – profiteert ook van dat systeem, want met de geweldige voorzet die hij steeds uit zijn rechterbeen schudt, is hij is een echte wingback. Op links kan Nicolas Gavory, vorig seizoen 10 assists als linker centrale verdediger of lage linksachter, spelen, of eventueel een meer aanvallende speler met de nodige fysieke kwaliteiten.

Zelfs indien Zinho Vanheusden niet terug aan Standard uitgeleend wordt nadat Inter hem terugkoopt, beschikt Standard over een aantal zeer geschikte centrale verdedigers. Merveille Bokadi, misschien wel de beste Rouche vorig seizoen, is momenteel nog geblesseerd, maar zal daarna zijn basisplaats in het hart van de driemansdefensie terug opeisen. Aan Konstantinos Laifis aan de linkerkant twijfelt niemand, op rechts mogen een aantal grote defensieve talenten (Moussa Sissako en Nathan Ngoy, maar eveneens de polyvalente pionnen Allan Delferrière en Damjan Pavlovic) met elkaar strijden om een basisplaats. Ook centrale verdediger Ameen Al-Dakhil krijgt volop zijn kans in de voorbereiding en verder is er nog de ervaren Noë Dussenne.

Dat het spitsenpaar cruciaal is in een 5-3-2, staat buiten kijf. Na een splijtende pass vanuit het verdedigende compartiment moeten zij de bal kunnen vasthouden in afwachting van aansluiting van de wingbacks en de infiltrerende middenvelders, Raskin en Bastien. Verder wordt van Klauss en Muleka een berg doelpunten verwacht na voorzetten vanop de flanken, aangezien Siquet zeker een van de kanshebbers is om zich tot koning der assists te kronen komend seizoen. Back-up van de spitsen is momenteel Denis Dragus. De Roemeen werd vorig seizoen zonder succes uitgeleend aan Crotone, maar bij zijn terugkeer deze zomer lijkt het erop dat hij de mentale switch gemaakt heeft en er alles aan wil doen zich te bewijzen aan de boorden van de Maas.