Moet ik me schamen dat ik als voetballiefhebber geen weet heb van een “lost ground” die op slechts een ferme steenworp van mijn werkplek ligt? Al decennia lang? Ik vond van wel, maar toen ik navraag deed bij mijn collega’s – toch ook stuk voor stuk voetballiefhebbers – wist eigenlijk niemand van het bestaan van deze verlaten voetbaltempel in Heerlen.

Dat komt waarschijnlijk door het simpele feit dat er ook nooit echt in Stadion Kaldeborn is gevoetbald. Althans niet op hoog niveau. Dat was wel aanvankelijk de bedoeling, maar het is er domweg nooit van gekomen.

Heerlen was en is de grootste gemeente van de Oostelijke Mijnstreek, het gebied dat tegenwoordig wordt aangeduid als Parkstad. Het is opvallend dat uitgerekend die stad, als één van de weinige steden in Nederland met zo’n inwonersaantal, nooit een profvoetbalclub heeft gekend. In tegenstelling tot omliggende kleinere plaatsen als Kerkrade (met Roda JC) en Brunssum (met Limburgia, in 1950 zelfs landskampioen). De beste Heerlense voetbalploeg van dit moment heet Groene Ster en die komt uit in de Derde Divisie van het zondagamateurvoetbal, het vierde niveau in Nederland. Maar ook deze club speelt niet in Stadion Kaldeborn.

Geen club, wel een stadion

In de jaren vijftig van de vorige eeuw wilde Heerlen, toen het bruisend middelpunt van de regio en één van de meest florerende steden van Nederland, graag een profvoetbalclub naar de gemeente halen. Aanvankelijk zou het van oorsprong Kerkraadse Rapid ’54 er gaan spelen, maar toen die club fuseerde met plaatsgenoot Juliana, haakte die af. Er werd ook nog gesproken met Fortuna 54, maar die club bleef trouw aan Geleen.

Het feit dat er geen bespeler werd gevonden, weerhield de gemeente Heerlen er omstreeks 1955 niet van toch te beginnen met de bouw van het stadion, een stadion dat de grootste voetbaltempel van Zuid-Nederland moest worden. De grond werd gekocht van de Oranje Nassaumijn. Het moest een multifunctioneel sportcomplex worden, met plaats voor voetbal, hockey, volleybal, tennis, zwemmen en wielrennen. Het stadion zou het episch centrum alsook de grote blikvanger van het sportpark moeten gaan worden. De bouw werd aangevangen in 1957 en vijf jaar later werd het stadion officieel geopend. Voor die tijd was het het modernste stadion van Nederland. Er werd geen sintelbaan om het veld aangelegd, waardoor het publiek extra kort op het veld zit.

Amateur- en galamatchen

Het sportpark werd in 1962 geopend met een gemeentelijke sportdag. Er werd gehandbald en gehockeyd en er werd natuurlijk ook gevoetbald. Men had geprobeerd om met medewerking van de KNVB het stadion te openen met een wedstrijd tussen twee ploegen uit de Eredivisie, maar dat plan viel in het water. Uiteindelijk speelden twee Heerlense amateurploegen in een onvervalste stadsderby de eerste voetbalwedstrijd in Stadion Kaldeborn.

Het stadion had aanvankelijk een capaciteit van 25.000 bezoekers, maar vanwege de grootse plannen werd er alvast rekening gehouden met uitbreidingsmogelijkheden tot 50.000 plaatsen. Alleen, men kon ook door de jaren heen geen profclub vinden die er wilde komen voetballen. Uiteindelijk werd het stadion dan maar gebruikt door amateurclubs uit de buurt. Zo ging VVH’16, Heerlens oudste voetbalclub en voorloper van het huidige Sporting Heerlen, er aanvankelijk spelen. Later deed het zelfs een tijdje dienst als thuisbasis van de plaatselijke hockeyclub.

Hebben er dan helemaal geen toonaangevende voetbalwedstrijden plaatsgevonden? Toch wel. Er werden internationale jeugdwedstrijden afgewerkt en ook was het stadion vaker het toneel van beslissingswedstrijden in het amateurvoetbal. In de jaren zestig speelden Standard en PSV er tegen elkaar en in augustus 1968 kwam het “grote” Ajax er een oefenwedstrijd spelen tegen het nabij gelegen Alemannia Aachen. Een vol huis, 25.000 toeschouwers kwamen er op af, achteraf een nooit meer geëvenaard aantal. De bezoekers zagen de Amsterdammers met 1-2 het onderspit delven. Johan Cruijff was er niet bij die dag, maar wel mannen als Heinz Stuy, Wim Suurbier, Gerrie Mühren, Sjaak Swart en Piet Keizer, die de assist verzorgde op doelpuntenmaker Klaas Nuninga.

Monumentale status

Wanneer we het sportpark naderen, passeren we het culturele bedrijvencentrum C-Mill, dat gevestigd is in de oude fabriek van Philips. Even verderop zien we de stadionlampen boven de huisjes en aanpalende woonwagens uit verschijnen. Het kan aan het weer liggen, het is een bewolkte, grauwe dag, maar het park doet vandaag een beetje mistroostig aan. Een beeld dat alleen maar wordt versterkt als we de Stadionbaan oprijden en halt houden bij de Heerlense lost ground.

Het stadion, of wat er nog van over is, verkeert zo’n beetje in een beginnende staat van ontbinding. De overdekte hoofdtribune is gesloopt, er resteert enkel nog een open arena omheind door een roestend hekwerk. Het stadion ligt in een kuil en staand op de rand heb je een fraai uitzicht over de overblijfselen van het bouwsel. De afbrokkelende betonnen tribunes zijn overgenomen door de natuur. Daar waar ooit de voetbalfans hadden moeten staan, groeit nu onkruid. De volledige tribune wordt er door overwoekerd. De spelerstunnel en het clubgebouw zijn beklad met graffiti. Op het raam plakt een affiche van de stadsschutterij, wellicht de laatste gebruiker van het pand.

Toch kost het niet veel moeite om de sfeer van vroeger te proeven. Met een beetje verbeeldingskracht kun je je voorstellen wat de makers ooit met het stadion hadden bedoeld. Vertier en ontspanning voor de doordeweeks zwoegende mijnwerkers, die na een zware werkweek onder de grond, in het weekend hun helden op de grasmat hadden moeten toejuichen. Het is wel pijnlijk om te moeten zien hoe men dit ooit zo statige stadion heeft laten verpauperen.

Een beeld dat overigens wel naadloos past in de tragiek van de stad Heerlen. In de hoogtijdagen van de steenkolenmijnen was dit een florerende stad. Rijk en modern, maar sinds de mijnsluiting afgegleden tot een plek waar cijfers over werkloosheid, armoede, criminaliteit en gezondheidsproblemen de pan uit rijzen. Met allerlei initiatieven wordt de laatste jaren geprobeerd de stad weer iets van haar oude brille terug te geven en gelukkig wordt ook Kaldeborn hierbij niet vergeten. Plannen om stadion in oude luister te herstellen zijn er zover mij bekend (nog) niet, maar het bouwsel is in elk geval toegevoegd aan de lijst van gemeentelijke monumenten, waardoor dit stukje Limburgse voetbalgeschiedenis in elk geval behouden blijft.