Karl Vannieuwkerke is eindelijk terug thuis bij vrouw en kinderen. Het EK voetbal, de Tour de Frans, de Olympische Spelen; Quasimodo van de VRT-toren heeft ze allemaal verwerkt in bestendige talkshows die de kijkcijfers domineerden. Dat verdient eindeloos respect. Er is geen gevoel beter dan thuiskomen met een hond die je nat likt en kinderen die hopelijk nog weten wie papa is. En als Karl de manieren van Aster Nzeyimana heeft, zal zijn zak al lang geleegd zijn.
Vanaf komende speeldag in de Jupiler Pro League zijn de volle stadions terug. Veel abonnementhouders hebben echter afgelopen weken van hun pathetische ‘thuiskomst’ op de tribunes genoten. Ik kwam ‘thuis’ bij KV Mechelen-Eupen en dat was niets meer dan slecht georkestreerde romantiek. Bevreemdend, ik kon aan geen ander woord denken toen ik binnenkwam langs de bezoekersingang en zat op een gerecycleerd kuipstoeltje op een staantribune. Maar hetzelfde stadion-cd’tje met hits uit 2010 doorbrak de ostranenische wereld. Het loeide veel te luid door de boxen, net zoals vroeger.
Ik had mijn voetbalvrienden al sinds de crisisuitbraak niet meer gezien. We zeverden over heden, verleden en gaven toe aan straffe uitspraken als ware profeten van het spel. “Die Michael Frey gaat toch echt niet de vaste spits worden bij Antwerp.” De werkelijkheid bestempelde naderhand zo’n uitlatingen steevast als ‘zever’. Bovenal genoten we van de stadiongeur – een mengsel van gras en bier – en de eindstand van Beerschot-Union. In de laatste blessuretijd klonk een oerkreet achter ons: “Godverdomme, klootzakken, dit trekt op niets!” Natuurlijk is het leuker als je ploeg wint, maar hoe leeg moet je leven zijn als je die lang gemiste supportersvreugde zo snel inruilt voor beschamende prestatiedrang?
Hoe pathetisch thuiskomen ook kan zijn, zo mag een vertrek bulken van verdriet. Zo moet ik nogmaals schrijven over Messi. Met zijn vertrek bij Barcelona drijft een heel voetballeven weg. Barça-supporters staan aan de poorten van Camp Nou te huilen om zijn overlijden, terwijl de Parisiens vieren om zijn herrijzenis. Messi is God. Waar is zijn standbeeld, Barça? Die moet in diamant pronken aan de hoofdingang van het stadion met de woorden: “De beste ooit.” Eind dit jaar wint hij zijn zevende Ballon d’Or, wat die titel enkel in grof goud bevestigt. Dat is een verdienste van zijn jarenlange schitteringen in Barcelona. Ik sluit af met een parodie op een boze Zlatan Ibrahimovic: “They don’t deserve Messi in this shit country.” Adiós, Leo.