Het zijn duistere tijden bij Moeskroen. Nadat het bestuur nog geen week geleden Enzo Scifo ontsloeg als trainer, zijn nu ook sportief directeur Mbo en staflid Emile Mpenza uit hun positie ontheven. De reden waarom de gebroeders Mpenza ontslagen zijn, is volgens een officiële perscommuniqué de 3-0-nederlaag die de club dit weekend leed tegen Lommel SK. Met het ontslag van nagenoeg alle belangrijke schaakstukken in de sportieve omkadering van de club hoopt het bestuur de club wakker te schudden. Dat wil echter niet zeggen dat het bestuur geen schuld treft in de situatie waarin de club zich bevindt, want de problemen van Royal Excel Mouscron zijn diepgeworteld.

Fundering op drijfzand

Dat Moeskroen het al enkele jaren financieel lastig heeft, is langer dan vandaag bekend. De club uit Henegouwen maakt er bijna een jaarlijkse gewoonte van om zijn proflicentie – telkens tot grote frustratie van de Pro League – terug te winnen via het Belgische Arbitragehof voor de Sport (BAS) nadat deze keer op keer werd ingetrokken door de licentiecommissie. Zo moest Moeskroen al 6 keer op 7 jaar tijd op die manier zijn licentie zien te verkrijgen. Dit seizoen kreeg de club, net als Standard, zelfs nog een tijdelijk transferverbod opgelegd omwille van achterstallige betalingen wat de lonen van een aantal huurspelers van Lille OSC betreft. Met die club heeft Moeskroen trouwens al langere tijd een geschiedenis. Kort na de fusie met Péruwelz sloot de club in 2011 een overeenkomst Lille af, waardoor het feite een satellietclub van de Franse topclub werd. Les Hurlus speelden toen nog in vierde klasse en konden dankzij die samenwerking op pijlsnel – en bovendien ongezond – tempo aan de weg naar boven timmeren. In het seizoen 2014-2015 kwamen de Henegouwers dan ook terug uit in de hoogste divisie van het Belgische profvoetbal.

Hoe belangrijk de rol van de club uit Rijsel was in die stevige opmars, werd pas duidelijk nadat Lille Moeskroen voor een eerste keer de rug toekeerde in 2015 omwille van hun eigen financiële problemen. Dat jaar was trouwens heel turbulent voor Moeskroen. De club was kort voordien overgekocht door spelersmakelaar Pini Zahavi, die even later onder druk van de licentiecommissie verplicht werd de club zelf te verkopen. Sindsdien was het kommer en kwel voor Moeskroen, want de club wisselde op enkele jaren tijd verschillende keren van eigenaar. Tot midden kalenderjaar 2020, wanneer Gérard Lopez – toen nog eigenaar van Lille – dan maar besloot om de club definitief over te kopen. De rijke zakenman had een grote hand in het nieuwe samenwerkingscontract met Lille, dat na enkele jaren opnieuw een Belgische satellietclub bezat. Echter was die samenwerking niet voor lange duur, want na een half jaar werd Gérard Lopez verplicht om het paradepaardje dat Lille was te verkopen door geldgebrek, waardoor ook het samenwerkingscontract met Moeskroen op de schop ging. Gelukkig bleef Moeskroen dit keer buiten schot en toonde de Spaans-Luxemburgse eigenaar zich trouw jegens de club. De financiële problemen blijken trouwens dit jaar terug van de baan te zijn, want hij werd in juni dit jaar nog eigenaar van een andere Ligue 1-club, Girondins Bordeaux. Dat ‘REM’ na al die problemen weinig stabiele funderingen heeft om als club op verder te bouwen, is dus vanzelfsprekend.

Sportieve duiventil

Naast de structurele chaos buiten het veld, mogen we ook spreken van sportieve chaos op het veld, want de club heeft een zeer turbulente transfergeschiedenis achter de rug. Zo streken maar liefst 21 nieuwe spelers, waarvan véél huurspelers van Lille OSC, neer op Le Canonnier vorig seizoen. Van die 21 nieuwe namen zijn er maar 5 spelers overgebleven dit seizoen. Maar naast de vele huurspelers, vertrokken eind vorig seizoen ook nog een aantal vaste waarden die al langere tijd voor de club speelden, waaronder sterkhouders als Alessandro Ciranni en Deni Hočko. Zo blijft er nog heel weinig over van het lijstje spelers die langer dan één seizoen bij de club vertoeven, Nick Gillekens, Marko Bakic en Dimitri Mohamed zijn zowat de enige spelers die langer dan twee jaar aangesloten zijn. Wat de druk op deze jongens ook verhoogd, want al die nieuwe spelers moeten ingewerkt worden in de club. Met 21 nieuwe spelers in een selectie bestaande uit 30 man, is dat een zware taak. En ook volgend seizoen zullen ze dit probleem ervaren, want 12 spelers, waaronder Nick Gillekens en Christophe Lepoint, zijn einde contract eind juni.

Naast de grote verloop in spelersmateriaal de afgelopen jaren is er tevens in de sportieve omkadering veel tweerichtingsverkeer te bespeuren. Jorge Simao moest de malaise die Fernando Da Cruz begin vorig seizoen creëerde zien op te lossen en ook hijzelf kreeg later geen nieuw contract voorgelegd, waardoor Enzo Scifo de kans kreeg om orde op zaken te stellen – al weten we allemaal hoe dat voor hem afgelopen is.

Hoog calimero-gehalte

Het bestuur van Moeskroen zit door dit alles dus in zeer slechte papieren en nu hopen ze de club met het gebruik van een grove borstel alsnog de juiste richting in te duwen. Deze acties lijken evenwel sterk op paniekvoetbal, je kan de vraag stellen of het bestuur niet stilletjesaan aan het verdrinken is in de problemen. In de recente communicatie betreffende het ontslag van Mbo en Emile Mpenza werden termen als ‘debacle’ en ‘voldeed niet aan de verwachtingen’ gebruikt, wat duidelijk maakt dat het geduld op is. Maar verliezen ze hier niet alle redelijkheid die van toepassing zou moeten zijn in dit soort scenario’s? Uiteindelijk moesten zowel trainer Enzo Scifo als sportief directeur Mbo Mpenza het doen met zeer weinig middelen. Zo moest de trainer het stellen met een nagenoeg volledig nieuwe kern, inclusief een groot aantal jongens die zich al ver voorbij de gezegende leeftijd van 30 jaar begeven. Van automatismen kon tijdens het seizoensbegin geen sprake zijn en dat zagen we terug op het terrein. Scifo kon zo bovendien niet verderbouwen op het werk van zijn voorganger(s).

Mbo Mpenza moest het van zijn kant dan maar zien te redden met verminderde inkomsten door hun degradatie uit 1A vorig seizoen. Dit gegeven- samen met de grote leemte die hij op korte tijd moest zien op te vullen, een leemte die nota bene veroorzaakt werd door het vertrek van een groot leger huurlingen en transfervrije jongens – maakte zijn job als sportief verantwoordelijke er in elk geval niet gemakkelijker op. Ook de reden waarom Mbo Mpenza uiteindelijk ontslagen is, brengt grote vraagtekens met zich mee, want de club had tijdens de wedstrijd géén hoofdtrainer meer in dienst. Tactisch maar zeker ook mentaal was de partij in Lommel voor de spelersgroep ongetwijfeld loodzwaar.

De rijke eigenaar, Gérard Lopez, zal dringend moeten inzien dat het bestuur misschien zelf wel de hoofdoorzaak is van de malaise binnen de club. Men zal orde op zaken moeten stellen, en veel tijd is er niet.