Cercle Brugge gedraagt zich als een vereniging. Niet als een Koninklijke Sportvereniging voor de duidelijkheid. Ik denk eerder aan zo’n vereniging met een jaarlijkse wafelenbak, mosselsouper en Lotuskoekenverkoop voor spijzing van de kas, waar op zaterdagochtend de jongste ploegjes op een bevroren veld ‘pinanti’s’ trappen voor een bonnetje na de match, waar het achterklappende bestuur het vaste plakkerige tafeltje in de kantine bezet en trappisten klinkt op ‘het constructief opbouwend overleg’. Al betwijfel ik dat Russen trappist lusten.
Het ontslag van Yves Vanderhaeghe verontwaardigde menig voetbalactualist. Na de zege tegen KV Mechelen – met enthousiast uitgaan van eigen kwaliteit en positief voetbal; je moet maar durven tegen Malinwa – riep het bestuur de trainer aan het plakkerige tafeltje in de kantine. Zij deelden het resultaat van ‘constructief opbouwend overleg’ mee, met pretentieus beschamende ogen naar beneden gericht. Nochtans was de overwinning op zaterdag de volledige verdienste van de spelersgroep én Vanderhaeghe. Zijn werklust – ondanks het overlijden van zijn vader een week eerder – zorgde voor de eerste driepunter in eigen huis. De supporters scandeerden: ‘Yves! Yves! Yves!’, maar niemand wist dat hij al dagen buiten lag.
Vanderhaeghe is altijd oprecht geweest met Cercle. Hij ging zelfs naar moederclub Monaco om de jeugdspelers daar te overtuigen van zijn project in Brugge. Monaco is essentieel voor Cercle, al zullen zwartgroene fans dat nu niet graag horen, want hun club spartelt al jarenlang op hetzelfde drassige stukje boerengrond. Als je een ezel 20 miljoen euro per jaar in zijn achterste stopt en een gouden zonnebril opzet, wordt het nog geen paard. Een hippe Oostenrijker die zot is van data kan dat niet op z’n eentje veranderen. Zonder Monaco was die ezel wel al lang de keel overgesneden.
Overigens, zou de verkiezing van de Ballon d’Or ook zijn beslecht na ‘constructief opbouwend overleg’ aan een plakkerig tafeltje in een voetbalkantine? Waarschijnlijk niet, topjournalisten van over heel de wereld (dus ook Peter Vandenbempt?) reiken die prijs uit. Hun stijl ligt eerder bij spiegeltjes en opgerolde vijftigeurobiljetten. Proficiat, Lionel Messi, nu bent u écht de aller-aller-allerbeste en zal niemand u nog evenaren. De journalisten kozen dus voor het heilige van Messi in plaats van de doodsimpele doelpuntendrang van Lewandowski. Vandenbempt had wel op deze laatste gestemd, ik zag het in z’n ogen bij Extra Time. Nog een aanmerking: enkel Denemarken verdiende de trofee voor beste ploeg van het jaar.