Vorige week liet ik al een kattenbelletje los over mijn nachtelijke dromen van Rob Schoofs als winnaar van de Gouden Schoen. Deze emotionele uitlatingen moeten nu plaatsmaken voor het échte werk, de rationele overpeinzing over wie de beste speler van het afgelopen jaar is geweest … Laat het zijn. Ik heb al heel de week zo’n dure lijstjes zonder controversen zien passeren. Die van ouwe rot Jan Mulder uitgezonderd, want hij zou de trofee aan Deniz Undav schenken. Achter de kille realiteit dat een Bruggeling de Gouden Schoen zal winnen, staat een harten bonkend verlangen die de realiteit onderuit haalt, die alle mogelijke verbijstering ontlokt, met voor mij maar één naam: Casper Nielsen.
Onvervalste Danish Dynamite uit Brussel. Nielsen verdween in 2021 nog geen minuut uit de ploeg van Union Saint Gilloise. Zij domineerden heel het Belgische circuit met swingend, agressief voetbal. Ook in het voorjaar, waarin ze de tweede klasse oprolden zonder promotiefinales te spelen, de eerste ploeg die daarin slaagt sinds de invoering van de hachelijke 1B-misvorming. Wat een bullshit is het toch dat enkel spelers uit de Jupiler Pro League in aanmerking komen voor de trofee. Casper Nielsen is de ruggengraat van het Union dat maar één positie heeft gekend, en dat is nummer 1. Zijn halflange lokken zouden moeten schitteren in de Gouden Schoen terwijl hij ze voorstelt aan het denderende Dudenpark. Duizenden kloppende harten voor iets waar heel de wereld naar zit te kijken: Casper Nielsen als de belichaming van la plus belle, de herrijzenis van de oude dame van België in een hip, Brussels jasje. En dat is waar de Gouden Schoen over zou moeten gaan: een cocktail van klasse en grootsheid. Dat is Union, dat is Casper Nielsen. Jan Mulder vergeleek Undav met rebel James Dean, maar geen enkele vergelijking is waardig aan mijn winnaar. Casper Nielsen is een god, Casper Nielsen er en gud.
Deze wens crasht in gruzelementen op het posh feestje dat Club Brugge helemaal heeft gehypothekeerd. Ik weet nog dat de award voor ‘beste supporters’ steevast naar die van Club Brugge ging, gewoon omdat ze met zoveel zijn. Nee, het gala van de Gouden Schoen zoekt geen randjes op, weldoordachte mainstream is een heilig goed. Maar moest de keuze in de handen van mij en Jan Mulder liggen, zou niemand ons geloven. Dat is misschien maar beter zo.