Gast-(f)analyse door Arne Prové

In de seizoenen na de eerste Gentse landstitel sijpelden de kampioenenroes en het vooruitgangsoptimisme langzaamaan wat weg uit de Ghelamco Arena, maar in 2019 volgde met de verloren bekerfinale tegen tweedeklasser KV Mechelen pas echt een uppercut. Een voorteken ook, want in de daaropvolgende jaren zakte de sfeer binnen de club meer dan eens onder nul. Drie jaar en een gewonnen beker later staan de Buffalo’s terug aan de top. Of toch niet helemaal?

Kwakkelende resultaten, onrust, instabiliteit. Een clubbestuur en een publiek die bijwijlen op verschillende planeten leken te leven, met opwellingen van totaal wederzijds onbegrip tussen ‘klagende fans’ en ‘de ivoren toren’ tot gevolg. Ondoorgrondelijke transfers, weggehoonde trainerscarrousels en oneervolle vermeldingen in voetbal- en privéschandalen passeerden de revue. Onvrede en sportieve malaise zorgden voor steeds meer lege stadionzitjes. Tegelijk organiseerde een groeiende groep supporters zich in een poging om, open SOS-brief in de hand, de chaos te bezweren.

Anno 2022 is de gewonnen bekerfinale tegen Anderlecht een nieuw kantelpunt. Na een frustrerende, jarenlange rollercoaster staat Gent terug waar het moet staan: aan de top. Althans, dat is wat in kranten en op nieuwssites te lezen valt. Maar klopt het ook? Op het eerste gezicht zou je denken van wel: Europees overwinterd, op een haartje na de Champions Play-offs gemist en de beker gewonnen. Dan moét er gevierd worden, zeker na een alweer dramatisch seizoensbegin. Toch lijkt een echte hoera-sfeer nog ietwat voorbarig: daarvoor moet de schoorvoetend ingezette ommezwaai eerst verder bestendigd worden.

Wat met Vanhaezebrouck?

De hele club floreerde onder Hein I en de hele club krabbelde terug recht onder Hein II. Dat is geen toeval: net omdat ons bestuursduo zo’n grote zwaartekracht heeft, is deze club gebaat bij een intelligente coach met een olifantenvel die flink wat tegengewicht in de schaal kan werpen. Dat geeft Hein een unieke waarde voor de Gantoise. Op louter sportief gebied valt er misschien nog wel ergens een evenwaardige vervanger te vinden, maar een sportief evenwaardige vervanger die op de koop toe de hele club in evenwicht houdt zoals Hein dat doet? Moeilijk.

Niet dat Vanhaezebrouck sportief gezien overigens zo gemakkelijk te evenaren is. Weinig coaches die even bezeten door het spelletje en even tactisch onderlegd zijn als de Kortrijkzaan. Zelfs met relatief beperkte financiële middelen kan hij aantrekkelijk voetbal en sportieve resultaten voorleggen. Plus: vaak maakt zijn aanpak jeugdspelers en mindere goden beter. Dat laatste is voor een club als Gent van levensbelang, want topspelers zijn voor de Buffalo’s vaker niet dan wel haalbaar en door eigen spelers naar een hoger niveau te tillen, creëert Vanhaezebrouck bovendien economische waarde (en dus budget) voor de club.

Het is daarom bijzonder merkwaardig te noemen dat het contract van de succescoach — dat over twee maanden al (!) afloopt — nog steeds niet verlengd werd. Door de hele contractsituatie tot na de bekerfinale te laten aanslepen, bewijst KAA Gent zijn eigen onderhandelingspositie geen dienst. Toch is het volgens Vanhaezebrouck niet eens zozeer om voorwaarden of centen te doen, maar wel om (on)zekerheid. Komt er nu een overname of niet? Wat is het project van de club? Welke richting gaat KAA Gent de komende jaren uit? Wat zijn de mogelijkheden? Wat met spelers en transfers? Het zijn (te) veel open vragen, zo dicht bij het einde van het seizoen. Na een fantastische inhaalrace plus bekerwinst liggen ze vast niet alleen in Deurne op vinkenslag om gratis een topcoach binnen te hengelen.

Wat met de spelers?

Dubbel pijnlijk: in het dossier-Tissoudali bevindt de club zich in een vergelijkbare onderhandelingspositie, want ook het contract (tot 2023) van de aalgladde goalgetter werd nog niet opengebroken. Als de sterkhouder het hard speelt en hoge eisen stelt voor een verlenging heeft KAA Gent ruwweg drie opties: de eisen van de speler inwilligen, de speler deze zomer voor een wellicht niet al te hoog bedrag kwijtraken (want nog slechts een jaartje resterend contract) of de speler nog een jaar houden aan zijn huidige contractvoorwaarden om hem eind volgend seizoen gratis te laten vertrekken.

Binnen een iets ruimere context is het ook interessant om te zien hoe onze transferpolitiek zal evolueren. Veel vertrekkers, veel nieuwkomers: het is een beproefd recept dat soms tot onbekende goudklompjes, maar minstens evenveel tot gemiste seizoensstarten en maandenlange inhaalraces heeft geleid. Wordt het de komende zomer anders? Worden er inspanningen gedaan om steunpilaren als Ngadeu, Okumu, Tissoudali, Castro-Montes zelfs bij buitenlandse interesse te houden of wordt er verkocht bij een goed bod?

Wordt de opbrengst van eventuele uitgaande transfers gebruikt om hier en daar gericht te versterken, investeren we de opbrengst daarentegen (opnieuw) in verschillende goedkopere groeipaarden tegelijk of zijn er misschien extrasportieve factoren waar eerst geld naartoe moet? Arriveren nieuwkomers naar aloude gewoonte diep in de voorbereiding of wordt het huiswerk dit jaar al vroeg afgerond? Het antwoord op al deze belangrijke vragen zal voor een groot deel bepalen of de onze stijgende sportieve curve aanhoudt en of Hein aanblijft.

Wat met de interne werking?

Als een zelfbedruipende club heeft KAA Gent natuurlijk goede relaties met makelaars nodig, maar in de loop van de voorbije jaren zijn we er wellicht wat té afhankelijk van geworden. Lees: invloedrijke makelaar bezorgt club met beperkte transfermiddelen een paar goeie inkomende en uitgaande deals, waarna die club een volgende keer opnieuw aanklopt bij de makelaar, die zo zijn invloed op de club vergroot, enzovoort. Tot de verstrengeling zo innig is, dat het moeilijk wordt om nog degelijke transfers te doen die niet langs de betreffende makelaar lopen.

En toen kwam operatie Propere Handen, waarin een allesbehalve fraai beeld werd opgehangen van wie eigenlijk als onze huismakelaar beschouwd kan worden. Is nu dan het moment aangebroken om de club los te wrikken uit die ietwat verstikkende transferomhelzing? Wordt de blik voortaan ook weer wat meer op andere makelaars gericht en krijgt de scoutingcel terug meer gewicht? Of blijven we uit praktische overwegingen toch met een huismakelaarsmodel werken?

Met de komst van Tom Vandenbulcke is onze eerste toptransfer voor het nieuwe seizoen overigens wel al een feit: de joviale en intelligente ex-Sporzajournalist brengt een karrenvracht aan ervaring mee naar het blauw-witte huis. Iemand die weet hoe je met vlotte communicatie en online content een identiteit opbouwt en aan klantenbinding doet. En laat net klantenbinding een van de historische pijnpunten binnen het Buffalo-huishouden zijn. Na onze verhuis naar de Ghelamco Arena had de communicatie-afdeling van KAA Gent al stappen gezet, maar met de komst van ‘VDB’ is ook de 3.0-versie gearriveerd.

Wat met de jeugdwerking?

Een paar maanden geleden verkondigde de club — niet voor het eerst — dat er voortaan veel meer op jeugd zou worden ingezet. Wél anders dan anders werd de daad deze keer bijna meteen bij het woord gevoegd, met een hele resem profcontracten voor jonkies en een topcoach als Emilio Ferrera voor de U21 tot gevolg. Het is dan ook bijzonder jammer dat de U21 dit seizoen waarschijnlijk niet binnen de top-4 zullen eindigen en daarmee de boot naar 1B zullen missen. Het valt alleen maar te hopen dat Ferrera aan boord blijft en dat er met even vastberaden tred doorgewandeld wordt op het ingeslagen pad van een intensieve jeugdwerking.

Om die inspanning vol te houden wanneer het moeilijk wordt, hebben we met Matisse Samoise natuurlijk wel de perfecte bron van motivatie in huis. Juist is juist: met Raman hadden we eerder al een doorbreker uit de eigen jeugdreeksen. Maar de eerlijkheid gebiedt er wel bij te zeggen dat Benito, naast een goeie voetballer, tien keer meer cultheld dan goed voorbeeld was.

Samoise van de Gantoise belichaamt daarentegen alle aspecten waar deze club voor zou moeten staan: elk moment willen voetballen en lukt het niet altijd op zuivere klasse, dan wel op wilskracht. Nie neute, nie pleuje. Drang naar voren, solide naar achteren en altijd 110% overgave. Respectvolle voetjes op de grond, maar nederig? Vergeet het! Authentiek in de communicatie, blauw bloed door de aderen en een kop als een kassei. Dames en heren, beste club, spelers, supporters, bestuur en jeugd: Samoise ís de Gantoise, al de rest is ziever in pakskes.

Wat met de bestuurlijke transitie?

Ruim een half jaar geleden kopten de kranten dat KAA Gent te koop stond: achter de schermen werden verkennende gesprekken gevoerd met eventuele overnemers. Nadat supporters, hoofdsponsor VDK, Stad Gent en andere stakeholders hevig reageerden, lijkt het geweer de laatste tijd ietwat van schouder veranderd. Recentelijk lees je vooral dat “de club niet verkocht zal worden, maar dat men wel openstaat voor de inbreng van privékapitaal”. Toch zorgt ook die houding voor meer vragen dan antwoorden.

Want is een verkoop dan definitief van de tafel geveegd? En zou dat betekenen dat de huidige clubstructuur gewoon behouden blijft? Is KAA Gent officieel actief op zoek naar (een) minderheidsinvesteerder(s)? En binnen welke termijn zou een deal dan beklonken moeten zijn? Stapt een eventuele investeerder louter financieel in de club of wordt hij/zij de nieuwe voorzitter (want wie zou er zijn geld investeren zonder minstens medezeggenschap te krijgen)? Zal de club dankzij de inbreng van vers kapitaal hogere transfersommen kunnen uitgeven of zal dat kapitaal aangewend worden om andere financiële prioriteiten te behandelen?

En wat met CEO Louwagie, die het na dit seizoen sowieso voor bekeken zou houden? Gevraagd naar de opvolging van zijn algemeen manager liet voorzitter De Witte zich in een recent interview immers plots ontvallen dat “Michel zo verknocht is aan deze club dat we nog tijd genoeg hebben” (De Standaard, 19.03.2022). Betekent dit dat Louwagie gewoon op post blijft na dit seizoen?

Het hele dossier van een eventuele bestuursoverdracht en/of clubovername is een gigantische olifant in de kamer, want alle positieve inspanningen, goede voornemens en de bekerwinst ten spijt blijft dit onderwerp als een zwaard van Damocles boven de toekomst van de Gantoise hangen. Zelfs op de korte termijn, want de kwestie heeft uiteraard een grote invloed op de “duidelijkheid” waar Vanhaezebrouck om vraagt voordat hij zijn contract wil verlengen. Het overnamedossier is voor KAA Gent een beetje geworden wat het onderwerp ‘klimaat’ is voor het politieke debat: economie, onderwijs, verkeer, landbouw, het zijn allemaal zeer nuttige en belangrijke onderwerpen. Maar zolang het grote, overkoepelende vraagstuk onaangeroerd blijft, blijft er ook een sluier van onzekerheid hangen over alle onderliggende kwesties.

Wat met de supportersraad?

Het “te kritische” Gentse publiek en het “te elitaire” bestuur: de relatiestatus tussen KAA Gent en zijn supporters is van oudsher ingewikkeld, een situatie die grotendeels aan de typerende top-downstructuur van onze club toe te schrijven valt. Had iemand een paar jaar geleden dus verkondigd dat er tijdens het mandaat van ons huidige bestuursduo een onafhankelijke Supportersraad zou worden opgericht binnen de schoot van de club, dan was die persoon terecht gek verklaard.

Toch doet een deel van de achterban ook nu, na de officiële aankondiging door club en supportersgroepen, nog altijd wat schamper over het nieuwe orgaan. Dat is om verschillende redenen een beetje misplaatst. Een grote groep gewone supporters van divers pluimage heeft immers op een bijzonder doordachte, integere en constructieve manier maandenlang aan het project gezwoegd, want het is niet de club die initiatief heeft genomen.

Meer nog: dat onze eerder rigide club nu precies een bottom-upproject over inspraak erkent en het een plaats aan de vergadertafel geeft, is ongezien in de 122-jarige Buffalo-geschiedenis. Zelfs op Belgisch niveau is het een onuitgegeven pioniersproject. Dat spreekt voor de kwaliteit en zorgvuldigheid waarmee de supportersgroepen hun case opgebouwd hebben.

Uiteraard valt het nog af te wachten hoe KAA Gent met de Supportersraad en zijn adviezen zal omgaan: gebruikt de club dit als een handigheidje, een uitlaatklep voor de frustraties van supporters waar verder weinig gevolg aan gegeven wordt? Of ziet de club dit als een waardevol en volwaardig instrument dat op een weldoordachte manier kostbare input kan geven?

Langs de andere kant hangt het welslagen van dit project ook gewoon van de supporters zelf af. Vatten zij het op als een lichtzinnige klaagmuur of verzuipen ze op voorhand al in een fatalistisch “er zal toch nooit iets veranderen”, dan is de kans reëel dat de Supportersraad inderdaad een irrelevante praatclub wordt. Vatten de Buffalosupporters hun Raad echter serieus op, dan zal hij serieus zíjn. Als supporters onderling aan het werven gaan, capabele leden kiezen, zich organiseren, voorstellen uitwerken en met onderbouwde dossiers en pertinente vragen naar de vergadertafel trekken, dan kan de Supportersraad sowieso een bijzonder krachtig instrument worden. Ongeacht wat de club dan uiteindelijk wel of niet met zijn adviezen aanvangt.

Groot onderhoud

Wie zegt dat er zelfs na deze beker niets te vieren valt, dwaalt. Wie zegt dat onze problemen nu van de baan zijn, dwaalt evenzeer. Er moet gevierd en genoten worden, want zilverwerk is in ons geliefde cluppie nu eenmaal geen driejaarlijkse gewoonte. En de lange zomer met gegarandeerd Europees voetbal die aan de bekerwinst vasthangt, is een ware verademing voor club, supporters en spelers. Er is terug hoop. Er kan weer naar boven gekeken worden. Hier en daar fonkelt er terug iets. Toch is de levensbelangrijke vraag die onze koers voor de komende jaren zal bepalen of de veelbelovende intenties ook effectief in beleid worden omgezet, dan wel of het bij goede voornemens blijft.

Onze voorbije seizoenen voelden aan als een prachtige auto waarmee je echter om de haverklap in panne staat. Het laatste jaar werd er eindelijk en gelukkig een paar keer onder de motorkap gekeken en ja, er werden een paar kaduke slangen en filters ontdekt. Met de bekerwinst lijkt de motor terug aan de praat gekregen, maar de vraag is: gaat de auto ook echt binnen voor een broodnodig groot onderhoud? Zo niet riskeren we binnen de kortste keren opnieuw langs de kant van de weg te staan… en zeggen dat we in 2015 nog zo lekker aan het cruisen waren.