Aan de vooravond van een nieuw voetbalseizoen kijk ik naar het wielrennen. De gele karavaan van de Tour de France rijdt over de laatste Pyreneeëncols. Ik kan de wielerromantici geen ongelijk geven: een eenzame renner, kronkelend de kronkelende weg omhoog, omgeven door de rotswand aan de ene kant en eindeloze uitzichten aan de andere … Dat heldendom is van een andere dimensie dan die waar voetbalromantici over filosoferen: verroeste tribunes, onkruid onder de zitbanken en plaatselijke derby’s die al jaren niet meer bestaan.
Vergane glorie is de fetisj van het voetbal. Die heroïek eindigt niet bovenaan een berg, maar hangt zich op aan decennia oude verhalen. Op 2 augustus speelt Union Saint Gilloise – uit haar decennialange slaap gestormd ­– voor het eerst sinds 1964 een Europese wedstrijd. Zij verloren toen van Juventus met een goal van de Argentijnse spits Néstor Combin. Combin is later de geschiedenisboeken ingegaan door het ‘Bloedbad van Bombonera’ in 1969. Hij speelde met zijn Milan tegen het Argentijnse Estudiantes in de finale van de Intercontinentale Beker. Milan won de beker, maar Combin moest doodschoppen en ellebogen doorstaan. Hij werd gezien als een verrader onder de Argentijnen, omdat hij in Europa was genaturaliseerd tot Fransman. Het wit van zijn shirt was veranderd in het rood van zijn eigen bloed. Néstor Combin is het symbool van een ander tijdperk, waar de voetbalromanticus met een sensueel genietende blik aan terugdenkt.
Vorig seizoen heeft het Dudenpark van Union gezien wat een teruggekeerde derby met mensen doet. De beloften van KV Mechelen zullen het ook geweten hebben. Door het nieuwe competitieformat spelen zij in dezelfde reeks als de eerste ploeg van stadsgenoot Racing Mechelen. Toen die jonge gasten voor de galawedstrijd van Malinwa afgelopen weekend werden voorgesteld aan het publiek, weerklonk een overduidelijk zangkoor: “Racing gaat eraan! Racing gaat eraan!” De jonkies van geelrood deden vreugdig mee met de supporters. Hun coach heeft hen allang ingepeperd: “Dit is de enige match die jullie móeten winnen!” Je hoeft geen romanticus te zijn om te begrijpen dat een eenzame wielrenner en onkruid op een tribune in wezen even taai zijn. Achter beiden schuilt een waterval aan emotie, misschien het strafste wapen in de sportwereld.