Heil aan de cameramannen- en vrouwen die met hun lens wedstrijden lang in de tribune zoeken naar interessante beeldjes van supporters. Ze ontwijken alle Indiërs en Pakistanen met een Braziliaanse vlag, want fake fans moeten een mythe blijven. Steeds pikken ze de rolmodellen van de respectievelijke naties eruit: alle Welshmen lijken in staat om op hun schaap te kruipen; alle Argentijnen dragen een Messi-shirt; alle Kameroeners dansen en zingen en trommelen op Afrikaanse ritmes; alle Amerikanen wachten op de hotdogverkoper die nooit komt.
Alle Nederlanders kunnen met hun dikke, teleurgestelde koppen wegkomen voor snackbaruitbaters. Zij moeten zich fel bekocht voelen na die poulewedstrijden. Oké, ze zijn gekwalificeerd, maar dat is ook alles. Zonder Cody Gakpo was de Oranjestraat in Den Haag al lang afgebroken en lag Louis Van Gaal op een strand in het naburige Dubai. Youri Mulder vroeg zich luidop af: ‘Is het niet beter willen of niet beter kunnen?’ Dat zakelijke voetbal kent maar één doel: al slaapwandelend wereldkampioen worden.
Eindeloos getalm tussen drie centrale verdedigers, het is een luxe waar de duivel de kaars vasthoudt. Nog meer gezegd: het is een Rode Duivels-luxe. Bij een systeem met drie verdedigers komt onvermijdelijk een dolce far niente-mentaliteit kijken: een spel van afwachten, weinig tempo, geen durf en veiligheid voor pressing van de tegenstander. Nu begrijp ik ook beter wat Roberto Martinez bedoelde met ‘We are a team that likes to have the ball.’
Niemand gelooft dat Virgil Van Dijk een sterk toernooi aan het spelen is, ook al heeft hij meer minuten de bal gevoeld dan dat Neymar op een veld heeft gestaan. Door aanvallend risico’s te nemen, laat je verdedigers in hun eigenwaarde – flitsende tackles, sprintende schouderduwen, saves op de lijn. Weg met die verkapte spelmakers. Een kartonnen bordje met #ikbenverdediger wil ik de volgende keer zien in de tribunes. Al houdt een of andere expat dat bordje vast, die begrijpt dan tenminste wat voetbal is.