In de schaduw van de Antwerpse Onze-Lieve-Vrouwekathedraal wandel ik in alle vroegte langs de vitrine van een gesloten souvenirwinkeltje, zo een waar de illegale vapes naast de magneten en de bedorven chocolade liggen. Dan besef ik plots: er is vannacht gevoetbald. Meteen neem ik mijn smartphone, zet ik mijn mobiel internet aan, surf ik naar Sporza.be en zie: Zuid-Korea 2-1 Tsjechië. Mijn pronostiek naar de kloten.
Ik kijk op van mijn scherm en zie in de vitrine van het souvenirwinkeltje drie voetbalshirts naast elkaar hangen: het Argentijnse babyblauw van Messi, het Portugese bordeauxrood van Ronaldo en het Braziliaanse kanariegeel van Neymar. Het zijn aftandse shirtjes, niet eens kopieën van de meest recente ontwerpen. Messi, Ronaldo, Neymar, ze spelen alle drie buiten Europa, maar spreken nog zodanig tot de verbeelding dat hun namen de in Aziatische sweatshops aaneengenaaide shirtjes domineren. Het heeft iets intriests. Niet het gegeven van de sweatshops, maar dat het voetbal echt niets beters te bieden heeft.
Die oude sterren op die shirtjes doen de leer van Francis Fukuyama echoën: there is no alternative. De andere posterboys van dit WK – Yamal, Kane, Mbappé, … – zijn geen alternatief voor de grootsheid van die twee. Daarom dat je hun namen niet in louche souvenirwinkeltjes ziet. Daarom dat achtjarigen op de speelplaats nog steeds debatteren over “Messi of Ronaldo?!?!” en o wee als je als weldenkende volwassene met overtuiging antwoordt: “Messi!” Van Julián Quiñones, de Mexicaanse aanvaller die van elke hoek naar doel trapte in de openingsmatch, hebben ze nog nooit gehoord. Ik overigens ook niet, tot hij 83.000 Mexicanen in vervoering bracht. Ik denk al de hele dag aan Quiñones, want hij doet mij de verduvelde, gepolitiseerde, toxische smoel van dit WK vergeten. Er zullen nog Quiñonessen volgen in de komende weken, terwijl het einde van de geschiedenis bezig is (althans dat van het voetbal toch).
Argentinië, Brazilië, Column, Mexico, Portugal, Tsjechië, WK, Zuid-Korea
Make football great again (I)
