25 juni 1988: een historische datum in de geschiedenis van het Nederlandse voetbal. Op die dag, vandaag exact dertig jaar geleden, werd Nederland Europees kampioen. Uitgerekend in het huis van de aartsrivaal. Een prestatie die tot op de dag van vandaag ongeëvenaard is gebleven.

Het was de eerste en ook enige eindzege van het Nederlands Elftal op een groot internationaal voetbaltoernooi. Oranje bereikte op de Europese Kampioenschappen van 1992, 2000 en 2004 nog wel de halve finale, maar haalde toen de eindstrijd niet. Op het WK in Zuid-Afrika in 2010 haalde Nederland wél de finale, maar net als in 1974 en 1978 wist het die niet te winnen. In Brazilië, op het WK 2014, werd Oranje derde.

Het Europees Kampioenschap werd in 1988 gehouden in West-Duitsland. Er namen toen nog acht landen deel aan een eindronde. Nederland deed ook weer eens mee, nadat het de drie voorgaande grote toernooien had gemist (de WK’s van 1982 en 1986 en het EK  van 1984). Bondscoach was Rinus Michels. Hij had een uitgebalanceerde selectie samengesteld met vedetten als Ruud Gullit, Marco van Basten, Frank Rijkaard en Ronald Koeman, waterdragers als Jan Wouters, Berry van Aerle en Erwin Koeman en ervaren rotten als Hans van Breukelen, Adri van Tiggelen en Arnold Mühren.

In de ouverture tegen de Sovjet Unie, dat in de kwalificatie titelhouder Frankrijk had uitgeschakeld, ging Oranje met 1-0 onderuit. Winst tegen Engeland was dus gewenst. Dat gebeurde ook. Een ontketende Marco van Basten, die in de eerste wedstrijd nog buiten de basis-elf was gelaten, zorgde met  een hattrick hoogstpersoonlijk voor een 3-1-overwinning. Door een ‘lucky-goal” van invaller Wim Kieft tegen Ierland werd vervolgens kwalificatie voor de halve finale veilig gesteld.

Tegenstander in die halve finale: aartsvijand Duitsland. Het Volksparkstadion in Hamburg kookte over tijdens deze clash tussen. Nederland was de baas op veld, maar kwam tegen de verhouding in wel op achterstand. Een onterecht gegeven strafschop,  benut door uitgerekend Lothar Matthäus, zorgde ervoor dat de gemoederen binnen de lijnen hoog opliepen. Harde duels, provocaties, geruzie. Het bracht Oranje gelukkig niet van de kook. Een kwartier voor tijd ging Marco van Basten binnen de zestien gemakkelijk onderuit in een duel met Jürgen Köhler. Penalty voor Oranje! Een goedmakertje van de scheidsrechter? Niemand die er om maalde. Ronald Koeman knalde de gelijkmaker binnen.

Twee minuten voor tijd gaf Jan Wouters een loepzuivere pass op Marco van Basten, die al glijdend de bal in de verre hoek lepelde! Het Oranje-legioen ontplofte. Eindelijk wraak op die vermaledijde Duitsers! Na het eindsignaal veegde Ronald Koeman zijn achterwerk af met een Duits shirt. Het gaf de stemming van een hele natie weer. De zege op Duitsland bevrijdde het Nederlandse volk van een sinds 1974 voortdurende kater. Toen verloor een veel beter Nederlands Elftal met o.a. Johan Cruijff, Johan Neeskens en Ruud Krol, de WK-finale van Duitsland.

De zege tegen de Duitsers voelde eigenlijk al aan als een kampioenschap. Toch moest het team zich proberen op te laden voor de échte finale. In München tegen de Sovjet Unie. Een fraaie kopbal van Ruud Gullit, een snoeiharde volley van Marco van Basten uit een bijna onmogelijke hoek en een gestopte penalty van Hans van Breukelen zorgden voor de kroon op het werk.

Advertenties