“Als je fan bent van een voetbalclub, dan doe je dat niet voor de prijzen die die club gewonnen heeft, voor een speler of vanwege de clubhistorie. Je bent fan omdat je voelt dat dit een plek is waar je thuishoort”. Dennis Bergkamp sprak deze wijze woorden ooit. Woorden die kloppen als een bus. Soms raak je echter gefascineerd door een voetbalclub door een toevalligheid. Althans, dat is mijn ervaring. Als kind raakte ik, enkel door de aanblik van een stadion, geboeid door een voetbalclub waarvan ik de naam niet eens kende. Die ik nog nooit van zijn leven had zien spelen. Niet in het echt en zelfs niet op televisie.

Ik weet het nog goed: het overkwam mij in Tongeren. Vraag me niet precies wanneer, ik weet alleen nog dat het heel wat jaren geleden is. Ik zat nog op de lagere school en die dag gingen we met onze klas met de bus naar Tongeren. Het kan bijna niet anders dan dat het voor een excursie was. Over de strijd tussen de Romeinen en de Tongerse held Ambiorix, zoiets zal het geweest zijn.

Het exacte doel van onze schoolreis kan ik mij echt niet meer herinneren. Het enige dat me van die dag wel altijd is bijgebleven, is het voetbalstadionnetje van Tongeren. De buschauffeur had de schoolbus ergens in de buurt geparkeerd en wij wandelden braaf twee aan twee richting het stadscentrum, toen mijn blik ineens viel op het stadion. Tussen het groen, met een felblauwe tribune. Mijn mond viel open: “Een echt voetbalstadion!”. Het klinkt misschien ietwat vreemd voor iemand die geboren en getogen is aan de Nederlandse kant van de Limburgse grens en die opgroeide op slechts luttele kilometers van het Geusselt-stadion in Maastricht, maar tot aan onze trip naar Tongeren had ik nog nooit van mijn leven een voetbalstadion in het echt gezien.

Ik was al op jonge leeftijd helemaal verknocht aan voetbal. Ik speelde het zelf en droomde er van ooit profvoetballer te worden. Ik sloeg geen uitzending van de Sportschau, Studio Sport of Sportweekend over. Voetbal was mijn leven, maar een echte profvoetbalwedstrijd bezoeken, dat mocht ik toen nog niet van mijn ouders.

Ik kende het profvoetbal dus alleen maar televisie. Het had in die dagen nog iets “onbereikbaars” en misschien was dat wel de reden dat het stadion van Tongeren zo’n grote indruk op mij maakte. Die felblauw gekleurde tribune kan ik nog zo voor mij zien. Dat beeld staat ingeprent in mijn geheugen en was voor mij ook jaren lang de link met Tongeren. Ging het over Tongeren, dan kreeg ik niet het standbeeld van Ambiorix op mijn netvlies, niet de Onze-Lieve-Vrouwe-Basiliek en ook niet de Moerenpoort. Dacht ik aan Tongeren, dan zag ik in gedachten dat blauwe stadionnetje.

Ik weet nog wel dat het stadion op slechts een steenworp van het stadscentrum lag, dichtbij de Grote Markt. Het kan dus niet anders dan dat het het befaamde stadion aan “De Motten” geweest is. Het andere stadion in die buurt, het vooral bij groundhoppers bekende vervallen stadionnetje van Cercle Tongeren aan de Sportpleinstraat, was toen immers al jaren verlaten.

Het duurde jaren voor ik wist van welke club dat stadionnetje nu eigenlijk was: de Sport Kring Tongeren. De Koninklijke Sport Kring nog wel. Dat moest wel een bijzondere club zijn, zo wist ik toen zeker. Je werd als voetbalclub natuurlijk niet zomaar “koninklijk” genoemd. Ik was er van overtuigd dat Tongeren dus wel zoiets als Real Madrid moest zijn.

Dat dat lichtelijk overdreven was, ondervond ik pas veel later. Ik kwam er achter dat de prestaties van KSK Tongeren iets minder magisch waren, dan ik had gedacht. Dat de gloriejaren van de club al lang voorbij waren, zelfs nog voordat ik ooit van het bestaan van de club had gehoord. Toch duurde mijn  teleurstelling niet lang, want ik leerde dat “mijn club van dat blauwe stadion” zo dapper was als Ambiorix en zijn Eburonen. Dat Tongeren als Tweedeklasser ooit de finale van de Beker van België haalde. Dat de tribunes tweewekelijks volstroomden en het daarom serieus kon spoken aan “De Motten”. Dat KSK Tongeren in 1974 een echte cupfighter was, die RAEC Mons (3-1), UR Namur (2-0), het Beveren van Jean-Marie Pfaff (2-1) en FC Antwerp (1-1 en 0-1) wist te verslaan. Dat SV Waregem in de finale met 4-1 won en dat ze in Tongeren nu nog zeggen dat er aan die uitslag een luchtje zat.

Ik kwam er achter dat de in Nederlands Limburg legendarische Frans Körver toen de trainer was en Jos Daerden er op jonge leeftijd al tot de uitblinkers behoorde. Ik las over Johnny Crossan, “the wonder boy of Irish football”, die ooit verbannen was van de Britse eilanden, omdat hij als amateur tekengeld had aangenomen. Dat die Noord-Iers international was en gespeeld had voor Sparta en Standard, maar ook bij Sunderland, Middlesbrough en Manchester City en dat hij zijn loopbaan bij Tongeren had afgesloten.

Ik zag dat KSK Tongeren maar twee seizoenen op het hoogste niveau in België heeft gevoetbald. Dat de club in 1981 kampioen werd van de Tweede Klasse, nadat het in 1975, 1976, 1978, 1979 en 1980 zonder resultaat had meegedaan aan de eindronde. Ik leerde ook dat de veel te vroeg overleden Lei Clijsters in die tijd de rots in de branding was van de Tongerse defensie en dat hij maar liefst 167 wedstrijden speelde bij de club waar hij de laatste twee jaar voor zijn overlijden nog eens terugkeerde als trainer.

Ik kwam aan de weet dat de mannen uit de Ambiorixstede het in het eerste jaar in de Eerste Klasse heel behoorlijk deden. Dat dat eerste seizoen nog goed was voor een negende plaats. Een plek die men op de ranglijst moest delen met Thor Waterschei, de club uit Genk waar ik als kind zelf ooit nog eens tegen gevoetbald had. Dat Standard kampioen werd en FC Beringen en KV Mechelen dat jaar degradeerden.

Ik zag ook dat het tweede seizoen vervolgens één groot drama was. Dat de Eburonen die jaargang maar zeven keer wisten te winnen en als voorlaatste eindigden, met één puntje meer dan KFC Winterslag. En dat de blauwwitten daarna nooit meer het hoogste niveau haalden. Dat de club -toeval of niet- na dertien seizoenen afscheid  moest nemen van Tweede Klasse en zo langzaam doodbloedde.

Koninklijke Sport Kring Tongeren, wat had ik graag een wedstrijdje van jou bezocht in het stadion van mijn jeugddromen. Het is er nooit van gekomen en nu is het te laat. Ik ben ingehaald door de tijd, want KSK Tongeren bestaat niet meer en het oude stadion aan “De Motten” is gesloopt. De club die mij zo fascineerde, maar die ik eigenlijk helemaal niet kende, is opgegaan in een –excusez le mot- “fusiegedrocht”.

Eerst werd het KSK Tongeren Hedera Millen en nu heten ze KFC Heur-Tongeren. Clubnamen die naadloos passen in het droevig makende rijtje Koninklijke Beringen Heusden Zolder, Lierse Kempenzonen, Zulte Waregem en Beerschot Wilrijk.

Club en stadion hebben de tand des tijds niet doorstaan. Tongeren is niet meer hetzelfde, althans niet in de echte wereld. Maar wel in mijn gedachten. Daar zal het voor altijd het stadje met het blauwe stadion zijn.

Advertenties