In de rubriek ‘vergane glorie’ licht DFVF een ‘vergane’ ploeg uit Nederland of België uit. In deze zevende aflevering aandacht voor het Belgische Beringen FC. Deze club werd opgericht in 1924 en verdween vanwege een fusie in 2002 van het voetbaltoneel. De mijnwerkersploeg speelde vooral in de jaren zestig en zeventig met regelmaat in Eerste Klasse. Thuisbasis van de Koninklijke Beringen Football Club was het befaamde Mijnstadion.

In 1924 werd de West-Limburgse club opgericht als Cercle Sportif Kleine Heide. De ploeg sloot zich al snel aan bij de Belgische voetbalbond en kreeg stamnummer 522 toebedeeld. In 1926 werd de clubnaam gewijzigd in Beeringen FC en in 1947 door het schrappen van één letter gemoderniseerd tot Beringen FC. In het jaar 1951 kreeg het het predicaat “koninklijk”, zodat de club voortaan (voluit) door het leven ging als de Koninklijke Beringen Football Club. De ploeg bestond, zeker in de beginjaren, bijna volledig uit mijnwerkers. Dit leverde Beringen FC de bijnaam de Koolputters op, een verwijzing naar de bijnaam voor de mijnwerkers in de Limburgse Kempen.

In het seizoen 1940/1941 nam Beeringen voor het eerst deel aan een competitie op het hoogste niveau. Het was geen succes, want in deze onofficiële oorlogscompetitie eindigden de roodzwarten als allerlaatste. Van de negen wedstrijden in de Ere Afdeling A won Beeringen er slechts één en werd er één gelijkgespeeld. Omdat Stade Waremme één schamel puntje meer behaalde, was de rode lantaarn voor de Limburgers.

Mijnstadion Beringen
Het Mijnstadion in Beringen © Shanon11 [CC BY-SA 4.0 (https://creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0)%5D, from Wikimedia Commons

Vice-kampioen van België

Pas in de zestiger jaren speelde Beringen voor een langere periode onafgebroken in Eerste Klasse. Acht jaar maar liefst, met als hoogtepunt het seizoen 1963/1964. Die jaargang werd het met vier punten achterstand tweede achter kampioen Anderlecht.

Beringen verloor dat seizoen drie punten aan Anderlecht. In de eerste rechtstreekse ontmoeting, in Brussel, werden de mijnwerkers met maar liefst 6-0 van de mat geveegd. Een nederlaag die trainer Tuur Ceuleers uiteindelijk de kop kostte. Later in het seizoen verspeelde Beringen, op dat moment nog volop op titelkoers, opnieuw een kostbaar punt tegen de Mauves. In het eigen Mijnstadion werd het 3-3.

Omkoopschandaal

Een week na deze remise gingen de Limburgers op bezoek bij degradatiekandidaat KFC Turnhout. Tot veler verrassing gingen de roodzwarten daar met 2-0 onderuit. Na afloop raakte bekend dat bestuursleden van Turnhout de Beringse spelers Gebreurs en Gijbels hadden omgekocht voor 40.000 BEF (omgerekend circa € 1.000,00). De nederlaag werd omgezet in een reglementaire 5-0-overwinning en Turnhout werd bestraft met degradatie naar Tweede Klasse. De perikelen rondom deze affaire zongen nog weken na en werkten ook door op de resultaten op de groene mat. In de weken na het bekend raken van het omkoopschandaal verloor Beringen kostbare punten tegen Cercle Brugge, Standard en Beerschot

De prestaties in het seizoen 1963/1964 werden nimmer meer geëvenaard. In 1970 degradeerde de club zelfs, om vervolgens overigens weer snel (in 1972) terug te promoveren naar het hoogste niveau. Wat volgden waren tien seizoenen Eerste Klasse, waarin de Limburgers vooral tegen degradatie vochten.

Gouden Schoenen

In deze periode waren bij Beringen met Julien Cools en Wilfried van Moer twee spelers actief die in hun carrière de Gouden Schoen wonnen. Cools speelde meer dan honderd wedstrijden voor de Koolputters. In 1973 verkaste hij naar Club Brugge, won de Gouden Schoen in 1977 en speelde 35 keer voor de Rode Duivels. Cools was de captain van het Belgisch elftal dat in 1980 tweede werd op het Europees Kampioenschap in Italië.

Van Moer had al een glansrijke loopbaan achter de rug toen hij in 1976 in de herfst van zijn carrière over kwam van Standard. Er stonden toen al drie Gouden Schoenen op zijn palmares. Van Moer speelde meer dan 100 wedstrijden voor Beringen en werd tijdens zijn verblijf in Beringen, dat hij overigens combineerde met het uitbaten van een café in Hasselt, door de toenmalige bondscoach Guy Thijs teruggehaald bij de nationale ploeg.

Terugval en fusie

In het seizoen 1980/81 had Beringen, met de Nederlander Kees Rijvers aan het roer, op basis van de ranglijst eigenlijk al moeten degraderen. Omdat Beerschot echter vanwege competitiefraude werd teruggezet, werd dit verdict een jaar uitgesteld. De ploeg werd een seizoen later namelijk opnieuw voorlaatste en degradeerde alsnog. Kees Rijvers had de club toen al de rug toegekeerd om bondscoach te worden van het Nederlands Elftal. Rijvers werd opgevolgd door Urbain Haesaert.

Beringen keerde in 1983 nog één keer terug in Eerste Klasse, maar in de jaren daarna zakte de club weg in de voetbalpiramide. In 1995 degradeerde Beringen zelfs naar Vierde Klasse en geraakte daar nooit meer uit. Zelfs niet toen men voormalig Rode Duivel Nico Claesen wist te strikken. De 36-voudig international sloot in de periode 1998-2000 zijn carrière af in het Mijnstadion, scoorde ook veelvuldig, maar kon de club uiteraard niet in zijn eentje weer terug hogerop brengen.

In 2002 fuseerde K. Beringen FC met eerste provincialer KVV Vigor Beringen tot KVK Beringen. Pogingen om ook Heusden-Zolder bij de fusie te betrekken, om zo één sterke West-Limburgse club  te formeren, liepen op niets uit. Tegenwoordig speelt KVK Beringen in Eerste Provinciale Klasse in Limburg. Hier kruist men de degens met tegenstanders als Daring Jeuk, Melo Zonhoven, Park Houthalen, Torpedo Hasselt en Eendracht Mechelen aan de Maas.

 

Advertenties