Kampioen is Robert Waseige nooit geworden in België. Maar twee dingen stak hij wel als pluim op zijn hoed: dat hij als trainer met elke club Europees voetbal heeft afgedwongen (op Brussels na), en dat hij overal zijn contract heeft uitgediend. Ook al kostte dat laatste hem dat af en toe een mooie baan. Waseige werd meermaals uitdrukkelijk genoemd als trainer van Anderlecht, en begin jaren tachtig kwam ook Club Brugge even ter sprake. In 1983 was hij zelfs in beeld bij Paris Saint-Germain. Maar een woord was een woord voor Waseige, die er achteraf niet met spijt maar met trots over sprak dat hij grote namen had laten schieten. Een portret van de laatste der sigarenrokende bondscoaches – hij noemde het “mon péché mignon” –, die beduidend meer was dan zijn alombekende quote “zo fris als een konijn op de plein”.

Niemand in België kwam uit de lucht gevallen toen Robert Waseige in 1999 werd aangesteld als bondscoach. Zowel in 1991 als in 1996 werd hij immers al naar voren geschoven als opvolger van respectievelijk Guy Thys en Paul Van Himst. Maar Waseige lag toen telkens ergens onder contract, en voor familieman Waseige was een woord een woord. Toen zijn contract bij Charleroi op het einde van het seizoen 1998/99 afliep, repte de KBVB zich om de Luikenaar aan te stellen als opvolger van Georges Leekens. België was als gastland van Euro 2000 automatisch geplaatst voor het volgende hoofdtoernooi, maar na de autoritaire Leekens wilde de voetbalbond graag een serene bondscoach. Een ideale job voor Waseige, die bekend stond als man van de dialoog.

Nochtans leek niets er aanvankelijk op te wijzen dat Waseige zo’n grote carrière zou uitbouwen. In de Luikse wijk Sainte-Walburge groeide hij op in de schaduw van de Tweede Wereldoorlog, die nog geen week na zijn geboorte uitbrak. Als jeugdspeler van Club Luik was het eerder dankzij een grote portie inzet en werkkracht dan wel dankzij zijn talent dat hij naar het eerste elftal doorstroomde. Nuchter als hij was wist hij zelf wel dat hij niet het grootste talent van de hoop was en volgde hij als jonge twintiger reeds zijn eerste lessen aan de trainersschool. Twee jaar na zijn huwelijk met Aline, de dochter van een grote supporter van Club Luik die het jonge koppel hoogstpersoonlijk bijeenbracht, verhuisde Waseige naar de Brusselse tweedeklasser Racing White. In zijn tweede seizoen promoveerde hij naar Eerste klasse. Vier jaar later haalde hij met de club zelfs de bekerfinale, die met 2-0 verloren werd van Lierse. Maar wat misschien nog het belangrijkste was voor zijn latere trainerscarrière: via zijn job bij een verzekeringsmaatschappij in Brussel leerde hij Nederlands spreken.

De Vieze Mannen

Zijn Nederlands werd er nog beter op na zijn transfer naar Winterslag, een Limburgse derdeklasser waar hij in 1970 naartoe trok. Na één seizoen werd hij er op zijn 32e speler-trainer, meteen goed voor de titel in Derde klasse. Na enkele jaren hing Waseige zijn schoenen aan de haak en ging hij zich concentreren op het trainerschap. Met onder andere een jonge Pierre Denier en Paul Theunis in zijn ploeg leidde hij Winterslag in 1974 voor het eerst in de clubgeschiedenis naar Eerste klasse. Het werd een aller-retour, want Winterslag eindigde meteen laatste. De Vieze Mannen lieten het echter niet aan hun hart komen en klopten een jaar later opnieuw op de deur van de Eerste klasse. Waseige noemde zijn passage bij Winterslag later altijd zijn beste voetbalherinnering. “Die mensen waren arm, maar zo rijk aan menselijke warmte. Hoe natuurlijk en spontaan die mensen het voetbal beleefden… Daar heb ik het échte voetbal geleefd.” Hoe Waseige het gedaan zou hebben als trainer van opvolger RC Genk, zullen we helaas nooit weten.

In 1976 kwam Waseige in een andere wereld terecht, toen Roger Petit hem voorstelde om naar Standard te komen. Op Sclessin kon hij voltijds proftrainer worden, wat toen nog niet echt gebruikelijk was in België. Waseige twijfelde even of hij er wel verstandig aan deed om al zijn eieren in dezelfde mand te leggen, maar ging uiteindelijk overstag. Na een teleurstellende achtste plaats in het seizoen daarvoor eindigde Standard onder Waseige driemaal op rij derde. Onder zijn vleugels versierde Michel Preud’homme, die Waseige later zijn voetbalvader zou noemen, in 1978 zijn eerste selectie voor de Rode Duivels. Na drie jaar trok Waseige terug naar Winterslag, dat inmiddels een vaste waarde was geworden in Eerste klasse. Waseige nam in 1981 voor de tweede en laatste keer afscheid van Winterslag met een vijfde plaats, goed voor een Europees ticket.

De generaal van de vrede

De tweede passage van Waseige bij Winterslag vat zijn carrière zowat samen. Bij quasi al zijn Belgische clubs is hij minstens twee keer gepasseerd – enkel bij Lokeren niet –, en zijn periode bij FC Brussels buiten beschouwing gelaten dwong hij als trainer met elke Belgische club Europees voetbal af. Zijn grootste successen boekte hij misschien wel met Club Luik, waar hij negen jaar achtereenvolgens trainer was. Onder andere dankzij de gewonnen bekerfinale in 1990, maar ook dankzij een knappe derde plaats in 1985 en 1989 bezorgde hij Rocourt enkele legendarische Europese avonden – in 1989/90 haalde Luik zelfs de kwartfinale van de UEFA Cup. Onder zijn leiding schopten onder andere Danny Boffin en Jean-François de Sart het tot international. Ook bij Charleroi ontbolsterde Pär Zetterberg onder zijn vleugels. Ei zo na kroonde hij zich tijdens zijn tweede passage bij Standard tot landskampioen met de gouden generatie Goossens-Léonard-Genaux, maar uiteindelijk kroonde Anderlecht zich in het seizoen 1994/95 met één punt verschil tot landskampioen. Waseige werd uiteindelijk drie keer tot Trainer van het Jaar uitgeroepen: in 1985, 1994 en 1995.

In 1996 verraste Waseige vriend en vijand door naar het buitenland te trekken. Zijn eerste werkgever buiten de landsgrenzen werd Sporting Lissabon. De transfer kwam er op voorspraak van sportief directeur Luís Norton de Matos, die in het seizoen 1978/79 nog onder Waseige had gespeeld bij Standard. Waseige maakte meteen een goede indruk na in Portugal: de resultaten waren goed, sportkrant A Bola pakte zelfs uit met een foto van Waseige in kardinaalskleed op de cover met als titel “De generaal van de vrede”. Maar hoewel Waseige twee keer twee uur per week privéles Portugees volgde, was er de onmiskenbare taalbarrière. “Robert speelde tijdens zijn tactische besprekingen altijd met kwinkslagen en beeldspraak. Dat werkte bij deze spelersgroep natuurlijk niet”, aldus Filip De Wilde, toenmalig doelman bij Os Leões. In december 1996 nam Waseige zelf ontslag omdat hij vond dat de omstandigheden ontbraken om zijn opdracht naar behoren uit te vervolgen. De club wilde hem eerst niet laten gaan, maar hij drong aan. “Ik slaagde er maar niet in om de juiste emotionele snaar te raken bij de spelers”, betreurde Waseige zijn vroegtijdige exit.

Uit een vorig tijdperk

Voor hét orgelpunt van zijn carrière was het wachten tot zijn zestigste verjaardag. Nadat zijn contract bij Charleroi in 1999 afliep – Waseige vond het spijtig dat hij zo weinig bij de sportieve uitbouw van de club werd betrokken –, stelde de KBVB na de jonge Leekens weer een vaderfiguur aan, helemaal in de lijn van Guy Thys. Dat Waseiges succes enkel zou stoelen op zijn vaderlijke aanpak, veegde de Luikenaar echter steeds van tafel. “Alsof men een tactische nul zou aanstellen enkel op basis van zijn paternalisme…”, repliceerde hij zich in zijn biografie L’entraîneur citoyen. Onder de taalgrens was men hoe dan ook in de wolken met de eerste Waalse bondscoach ooit. In Vlaanderen was er hier en daar scepsis omdat Waseiges trainerssuccessen “uit een vorig tijdperk dateerden”. Een Vlaamse enkeling schreef Waseige zelfs af als bondscoach, “want hij spreekt weinig Nederlands”. “Die journalist had beter de moeite gedaan om mij eens te ontmoeten en mij in het Nederlands te interviewen. Ik heb negen jaar voor Vlaamse clubs gewerkt, niet één keer heb ik moeten vragen om mij te helpen vertalen”, haalde Waseige daarop fijntjes aan.

België stond bij Waseiges aanstelling aan de vooravond van Euro 2000. De Rode Duivels hadden er onder Georges Leekens een mislukt WK en een desastreuze reeks oefenwedstrijden opzitten. Door het afhaken van heel wat internationals na dat WK kwam Waseige aan het roer in een dalende conjunctuur. De Luikenaar moest zich behelpen met het schaarse talent dat hij bijeen kon puzzelen. Met slechts enkele nieuwkomers (Jacky Peeters, Frédéric Herpoel, Joos Valgaeren) maakte Waseige begon Waseige met een degelijke oefencampagne aan zijn ambtstermijn: naast de legendarische 5-5 tegen Nederland (zijn debuutinterland) won België ook met 1-3 in Italië. Na de stuntzege tegen Buffon en co kreeg Waseige, die oorspronkelijk maar een contract had gekregen tot na het EK, prompt een contractverlenging.

De rustige maar gedecideerde Waseige had eindelijk een vaste kern uitgebouwd bij de nationale ploeg, een hele verademing ten opzichte van de experimenteerzuchtige Leekens. Bovendien zag hij er geen graten in om de spons over het verleden te vegen en trachtte hij de onder zijn voorganger afgehaakte internationals te overhalen om terug te komen. Gilles De Bilde, Eric Van Meir en Luc Nilis stelden zich weer beschikbaar voor de Rode Duivels; Enzo Scifo, Philippe Albert, Marc Degryse en Gordan Vidovic niet. Waseige was klaar om met zijn team, inclusief assistent Vincenzo Briganti die hij in de jaren zeventig nog had gecoacht bij Winterslag, te schitteren op Euro 2000.

Diploma vóór het examen

Het vervolg is bekend. België overleefde de eerste ronde van Euro 2000 niet. Waseige kreeg echter krediet en plaatste de Rode Duivels na barragematchen tegen Tsjechië voor het WK 2002. Daar volgde de anticlimax: minder dan een uur voor de afreis naar Azië liet Waseige de spelers en de bond officieel weten dat hij zijn aflopende contract niet verlengde en na het WK aan een derde ambtstermijn bij Standard zou beginnen. Bondsvoorzitter Jan Peeters wilde de bondscoach vóór het toernooi al een nieuw contract laten ondertekenen, maar Waseige liet de zaken aanslepen. “Waseige kreeg als het ware zijn diploma vooraleer hij examen had afgelegd, maar grote dankbaarheid blijkt hij nu niet te tonen”, schreef Het Laatste Nieuws daar toen over.

België haalde in Japan de achtste finale en schakelde daar bijna de latere wereldkampioen Brazilië uit. De sfeer tussen de bondscoach en de pers bleef door Waseiges aangekondigde vertrek echter het hele toernooi grimmig. Bekend is het beeld van een lege perszaal voor een van Waseiges persconferenties, op de Waalse journalist Jean-Louis Donnay na. De transfer naar Standard liep dan ook nog eens faliekant af: na een 1 op 15, de slechtste competitiestart van Standard in 49 jaar, werd Waseige midden september al ontslagen. “Ik heb een inschattingsfout gemaakt. Ik dacht dat ik de club door en door kende, dat ik het me kon permitteren om door het WK een stuk van de voorbereiding te missen. Fout”, gaf de ex-bondscoach toe.

Na een derde passage bij Charleroi, waar hij drie speeldagen voor het einde van het seizoen geslachtofferd werd om het behoud te verzekeren, werd hij in april 2004 bondscoach van Algerije. Na vier gelijke spelen en drie nederlagen werd hij ontslagen. Zijn laatste kunstje voerde hij uit bij FC Brussels, dat hij wél van de degradatie kon behoeden. Daarmee was de cirkel rond, want Brussels was een geestelijke opvolger van Racing White, waar hij in de jaren zestig nog had gespeeld. Afgelopen woensdag overleed Robert Waseige op 79-jarige leeftijd, kort nadat hij in het ziekenhuis was opgenomen. Bij de eerstvolgende interland van de Rode Duivels waarbij wat smog boven het veld hangt, weet u het nu: Guy Thys, Raymond Goethals en Robert Waseige – de Antwerpenaar, de Brusselaar en de Luikenaar – kijken samen goedkeurend toe.