Als het aan de flamboyante Georges-Louis Bouchez, lid van de Senaat, voorzitter van de Franstalige Liberalen van MR (Mouvement Réformateur) en in Bergen lijsttrekker van het plaatselijke Mons et Mieux ligt, wordt er zo snel mogelijk werk gemaakt van de oprichting van één eliteclub in de Henegouwse regio Mons. Dit zou betekenen dat Royal Francs Borains en  Royal Albert Quévy-Mons zouden moeten gaan fuseren tot één krachtige club. In een artikel in La Province spreekt hij zich uit als een grote voorstander van een bundeling van krachten in de regio.

Francs Borains reageerde al via een communiqué op de clubwebsite op de berichten in de pers: “We zitten sportief en financieel in een beslissende maand. Onze prioriteiten liggen op dit moment bij het verkrijgen van een licentie voor volgend seizoen en het handhaven van onze koppositie in de competitie.  We hebben wel altijd gezegd dat er contacten zijn met RAQM en dat de kwestie van een grote regionale club het om vele redenen verdient om te worden bestudeerd”. Volgens voorzitter Roland Louf zou een dergelijk project hoe dan ook de goedkeuring van de Raad van Bestuur en de Algemene Vergadering moeten krijgen, maar zouden er op dit moment geen vergaderingen zijn gepland over een fusie.

Francs Borains: een historie vol fusies en stamnummerhandel: In 1922 werd in Boussu voetbalclub SC de Boussu-Bois opgericht. Het kreeg bij de invoering van de stamnummers in 1926 stamnummer 167 toegekend. RSC Boussu-Bois speelde af en toe in de nationale reeksen. In de jaren 80 werd na een fusie de naam gewijzigd in R. Francs Borains. In 2008 werd de naam gewijzigd in Boussu Dour Borinage. De club kende volop financiële problemen en raakte moeilijk aan een licentie. In 2014 werd Boussu Dour benaderd door RFC Sérésien. Boussu Dour was bereid zijn stamnummer 167 over te dragen aan de Luikenaren, op voorwaarde dat het zelf een ander stamnummer vond om over te nemen in de nationale reeksen, zodat het zijn nationale jeugdwerking kon behouden. Dat vonden ze met stamnummer 5192 van Charleroi Fleurus. Boussu Dour nam onder het nieuwe stamnummer 5192 de oude naam Francs Borains weer aan.

Het bestuur van Francs Borains spreekt in het bericht aan de fans tegelijkertijd ook een zekere mate van ongerustheid uit, als het gaat om het waarborgen van een gezonde toekomst. “We hebben vorig jaar onze licentie behaald en hebben bewezen dat we grote wedstrijden aankunnen en tegenstanders van het formaat Club Brugge kunnen ontvangen. De bekerwedstrijd tegen Brugge was uitverkocht, maar jammer genoeg hebben we nadien maar weinig van deze supporters nog regelmatig terug gezien. Als club op het tweede amateurniveau, zouden we op meer steun moeten kunnen rekenen”.

De dorpsclub uit Boussu-Bois in de Borinagestreek is ambitieus en wil doorstoten naar Eerste Amateur. Eenmaal daar gekomen, wil Francs Borains geen eendagsvlieg zijn. De directie van de club realiseert zich, dat dat wanneer op de huidige voet wordt verder gegaan, geen sinecure zal zijn. “Alleen de meest solide projecten, met voldoende draagvlak onder publiek en sponsors, zullen blijven bestaan. Om de top te bereiken en om daar te blijven, moeten we snel evolueren. We moeten dus alle opties in overweging nemen”.

Geen pertinent “Non!” dus van de clubleiding van Les Verts. Koren op de molen van Georges-Louis Bouchez. “Als we willen slagen, moeten we alle krachten bundelen”, zegt hij tegen La Province. “Ik nodig de vier traditionele partijen rond de tafel uit, maar ook de vertegenwoordigers van clubs en mensen uit de economische wereld, waaronder IDEA. Als we binnen vijf tot tien jaar in deze regio een eliteclub willen hebben, moeten we alle middelen mobiliseren, zeker op financieel gebied”. Hij wil iedereen warm maken en elk beschikbaar paard voor zijn wagen spannen: “We hebben Elio Di Rupo, de Waalse minister-president, Manu Di Sabato en Jacqueline Galant in het parlement, Carlo Di Antonio in Dour, de burgemeester van Boussu, ikzelf als president van de MR …”.

Volgens de krant La Province zijn er in alle discretie al gesprekken gevoerd en inmiddels lijkt het project vorm te krijgen. Francs Borains en Quévy-Mons zouden samen verder moeten gaan en zouden van de voetbalbond tot 15 april de tijd hebben gekregen tot overeenstemming te komen.

Ook Royal Albert Quévy-Mons kent een verleden vol fusies In 1928 werd in Quévy-le-Grand de voetbalclub Cercle Sportif de Quévy-le-Grand opgericht. Deze club verdween echter alweer in 1934. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog ontstond op 15 januari 1945 een nieuwe club, AS Quévy-le-Grand et Extensions. In 1989 volgde een fusie met het naburige FC Genly-Noirchain. De nieuwe clubnaam werd Union Sportive Genly-Quévy 89. RUS Genly-Quévy 89 ging op 1 juli 2015 een fusie aan met de in februari van datzelfde jaar failliet verklaarde tweedeklasser RAEC Mons. De club ging als Royal Albert Quévy-Mons spelen onder het stamnummer 4194 in het Stade Charles Tondreau in Mons (Bergen).

Mocht het daadwerkelijk tot een fusie komen tussen de twee ploegen, dan is de kans zeer groot dat de nieuwe club meteen kan starten in de Eerste Amateurliga. Francs Borains, dat dit seizoen wordt getraind door Dante Brogno, gaat namelijk aan de leiding in de Tweede Amateurklasse ACFF. Het heeft enkel nog te duchten van Meux, dat het onlangs nog met 3-0 wist te verslaan en RAAL La Louvière. Laatstgenoemde ploeg zou afgelopen weekeinde de gastheer zijn van Francs Borains, maar daar stak storm Ciara een stokje voor.

Royal Albert Quévy-Mons speelt in de Waalse Derde Amateurafdeling A en neemt daar momenteel de derde plaats in de rangschikking in, ruim achter RSD Jette en FC Ganshoren.