In de rubriek ‘vergane glorie’ licht DFVF telkens een ‘vergane’ ploeg uit. In aflevering tien deze keer aandacht voor één van de eerste echte topclubs die ons land gekend heeft: Racing Club de Bruxelles, een omniclub waarvan de voetbaltak werd opgericht in 1894 en die later stamnummer 6 kreeg toebedeeld. In 1912 won Racing Club de Bruxelles de allereerste Beker van België. In 1963 ging de club een fusie aan met White Star Woluwe en daarmee is Racing één van de voorlopers van het huidige RWDM.

In 1895 was Racing Football-Club de Bruxelles één van de tien oprichters van de Belgische voetbalbond. In de beginperiode speelde de ploeg zijn thuiswedstrijden op een terrein in Koekelberg, maar rond de eeuwwisseling verhuisde men naar Ukkel, waar “De Zwarte Wolven” eerst op de velden bij de wielerbaan van Longchamps speelden, maar niet veel later hun intrek namen in Stadion De Ganzenvijver. Dit Stade du Vivier d’Oie bleef tot vlak na de Tweede Wereldoorlog de thuishaven van Racing Club.

Gloriejaren

Racing was vanaf zijn beginjaren meteen een echte topclub in België. De club was één van de zeven deelnemers aan de eerste Coupe de Championnat. Van de zeven ploegen die in deze voorloper van de Eerste Klasse mee speelden, kwamen er maar liefst vier uit Brussel. Desondanks was het FC Liègois dat met de eerste landstitel aan de haal ging. Racing eindigde als vierde. Andere deelnemende ploegen waren Antwerp, Sporting Club Brussel, Léopold FC, Club Brugge en Union FC d’Ixelles.

De tweede editie van de Championnat, in 1897, viel wel ten prooi aan Racing. Het was het startsein voor een periode van Ukkelse hegemonie, want ook in 1900, 1901, 1902, 1903 en 1908 werd Racing landskampioen. De Brusselaars wonnen zes van de eerste dertien kampioenschappen en waren daarmee onbetwist de toonaangevende voetbalploeg in België. In 1898, 1904, 1905 en 1907 werd de club bovendien vice-kampioen.

Dat Racing Club de Bruxelles een absolute topclub was, blijkt wel uit het feit dat de eerste officiële interland ooit, op 1 mei 1904, in hun Stadion de Ganzenvijver werd gespeeld. België–Frankrijk eindigde er op 3-3. Twee doelpunten kwamen op naam van Racing-speler Georges Quéritet. In de weken na deze wedstrijd besloten de voetbalbonden van Frankrijk, België, Nederland, Zwitserland, Zweden, Denemarken en Spanje gezamenlijk een internationale voetbalbond op te richten, de FIFA.

“Niet alleen de Belgische bond is aan Racing schatplichtig, ook de FIFA. Die is hier geboren. Hier, op de Racing-tribune, op 1 mei 1904, na de eerste interland van de Rode Duivels tegen Frankrijk. De kopstukken staken de hoofden bij elkaar en vonden dat de tijd rijp was voor een internationaal orgaan. Officieel is de Fifa in Parijs gesticht. Maar de voetbalbaby is hier in Ukkel geboren en werd pas twee weken later op de burgerlijke stand in Parijs aangegeven: een formaliteit.” – Léopold Vanderschrik, oud-speler, -trainer en -bestuurslid van Racing tegen Bruzz

De laatste trofee die Racing ooit won, was de eerste editie van de Beker van België in 1912. Er waren zestien deelnemende ploegen, allen uit de Eere Afdeling (hoogste divisie) en Bevordering (het tweede niveau). Racing bond achtereenvolgens Antwerp FC, CS Verviers en Léopold FC aan de zegekar, om uiteindelijk in de finale met 1-0 te winnen van KRC Gent. De finale werd gespeeld op Pinkstermaandag in Jette, amper één dag nadat de halve finales waren gespeeld. Tegenwoordig absoluut ondenkbaar. De Engelsman Cyrille Bunyan scoorde vier minuten voor tijd de enige en winnende treffer.

Na de Eerste Wereldoorlog zakte de ploeg, voorzien van het predikaat koninklijk, als Royal Racing Club de Bruxelles verder weg, met als absolute dieptepunt de degradatie naar Tweede Klasse in 1924. De club maakte toen al een paar jaar geen deel meer uit van de top van het Belgische voetbal. Clubs als Union en Daring waren Racing in de tussentijd al lang en breed voorbijgestreefd.

Drie Lindenstadion

In 1948 vertrok de club, inmiddels afwisselend uitkomend in Eerste en Tweede Klasse, definitief uit Ukkel. De club toog naar Watermaal-Bosvoorde, waar het het gloednieuwe Drie Lindenstadion betrok, dat plaats kon bieden aan 40.000 toeschouwers. Die zaten er, behoudens bij de openingswedstrijd tussen een Brusselse selectie en het toentertijd legendarische AC Torino echter nooit. Het stadion bracht Racing Club geen geluk. De club zakte zelfs naar Derde Klasse. In 1954 moesten de zwart-witten verkassen uit het tegenwoordig door groundhoppers graag bezochte stadion, omdat zij de lasten voor het gebruik niet meer konden betalen.

In de laatste jaren van zijn bestaan speelde Royal Racing Club de Bruxelles in de Heizel. In 1963 volgde dan de fusie met White Star AC. Stamnummer 6 werd ingewisseld met stamnummer 1274 van K. Sport St. Genesius-Rode, om zo te voorkomen dat het nummer zou worden geschrapt. De nieuwe club Racing White zou later fusioneren met Daring Molenbeek tot RWDM, met stamnummer 47. Die club werd in 1975 landskampioen en speelde regelmatig Europees voetbal. In 2002 ging RWDM echter failliet en verdween.

RWDM

Het huidige RWDM 47, wiens benaming een verwijzing is naar de succesvolle ploeg van weleer, is feitelijk dus slechts officieus een nazaat van ooit zo roemruchte Racing. Het RWDM van vandaag speelt, onder het voormalige stamnummer van Standaard Wetteren, in Eerste Amateurliga. Bij het beëindigen van de competitie, namen de Brusselaars een zesde plaats in op de ranglijst. Omdat het een van de weinige amateurploegen is die eveneens een licentie verkreeg voor profvoetbal, zit RWDM op het vinkentouw op de vrijgekomen plaats van Lokeren in 1B in te nemen.