Toen ondergetekende zich op 1 september 2005 meldde voor zijn allereerste schooldag op het middelbaar, verliep dat met de nodige verlegenheid. Pas na een zestal weken volgden de eerste niet-schoolgerelateerde gesprekken, en gelukkig was er toen voetbal als ijsbreker. Terwijl de ene voor Anderlecht stond, de andere voor AA Gent en nog een andere voor RC Genk. En dan was er Dries. Hij stond voor… Lokeren.

Wat is daar nu zo gek aan, hoor ik u denken. En gelijk heeft u. Drie seizoenen daarvoor was Lokeren knap derde geworden onder Paul Put, waarna het in de UEFA Cup telkens slechts met het kleinste verschil verloor van Manchester City – weliswaar nog niet met de De Bruynes en Aguëro’s van nu, maar toch ook met Nicolas Anelka, David Seaman en Steve McManaman. Jan Koller, op dat moment niet alleen letterlijk maar ook nog steeds figuurlijk een grote spits van Borussia Dortmund, was er destijds groot geworden. Dat gelach rond Dries’ clubkeuze had dus niets te maken met Lokeren op zich, maar alles met Dries zelf – toen hij Lokeren opgaf als favoriete club leek hij dat zo op het moment zelf te verzinnen, alsof hij de naam net toevallig in de maandagkrant had zien voorbijkomen, hij had volgens mij evengoed Lierse of Beveren kunnen noemen.

Die twee laatste clubs die ik nu net heb opgesomd zijn niet toevallig gekozen, want net als Lokeren zijn ze er vandaag niet meer. Tenminste niet in hun hoedanigheid van vroeger. Er is nu immers Waasland-Beveren, waarvoor ik al sinds 2012 respect probeer te krijgen voor hun bijdrage aan Eerste klasse. De fusieclub heeft toch leuke spelers als Nana Ampomah, Ryota Morioka, Renaud Emond gelanceerd, Zinho Gano is er ontbolsterd, en ondanks het feit dat ze nooit hoger dan twaalfde zijn geëindigd was er soms eens een leuke wedstrijd – 2-5 op Zulte Waregem na een vierklapper van Isaac Kiese Thelin, de 3-3 tegen Genk op de openingsspeeldag van het seizoen 2017/18 die een prachtige heenronde onder Philippe Clement inluidde. En ook Lierse heeft zijn geestelijke opvolger, wat zeg ik, opvolgers: Lierse Kempenzonen in Eerste klasse amateurs en Lyra-Lierse Berlaar een divisie daaronder. Benieuwd welk hoofd van de tweekoppige schaap het snelst weer in Eerste klasse A zal staan. Maar met alle respect voor de nieuwe projecten, het is niet meer hetzelfde als het oude KSK Beveren of Lierse SK.

De Azijnzekers

Het zopas ten grave gedragen Sporting Lokeren heeft een heleboel gemeen met pakweg Lierse en en Beveren. Allemaal maakten ze meer dan drie decennia – Lierse zelfs op de kop 75 jaar – deel uit van onze hoogste divisie. Dan ben je, zelfs als niet-G5-club, niet zomaar een voetnoot in de geschiedenis van het Belgisch voetbal, maar een waardige antagonist. Zijn Lokeren, Beveren en Lierse minder waard omdat ze niet ieder jaar Europees speelden? Absoluut niet. Een steracteur kan maar schitteren in een film als er ook tegenspelers zijn, en het liefst zitten daar naast figuranten zonder tekst ook enkele valabele tegenspelers bij. Clubs als Lokeren, Beveren en Lierse hebben hun pieken en hun dalen gekend, maar dat maakt hen net one of the guys die elk op hun eigen manier hun bijdrage hebben geleverd aan de vaderlandse voetbalgeschiedenis. Als er naast jaarlijkse titelkandidaten Anderlecht, Club Brugge en Standard dan toch ook andere clubs onze Eerste klasse moeten opvullen, dan liever zij.

Wie dacht dat Lokeren er na de degradatie vorig jaar weer snel bij zou zijn in Eerste klasse A, kwam bedrogen uit. Deze maand kwam er een definitief einde aan stamnummer 282. Officieel dan toch, want officieus blijft de club verderleven in geestelijk opvolger KSC Lokeren-Temse. Een compleet nieuw hoofdstuk in Lokeren, maar hopelijk niet op de manier die ik al te vaak heb moeten aanschouwen. Hoe graag ik Lokeren ook in zijn oorspronkelijke vorm had willen zien terugkeren naar de elite, ik hoop uit de grond van mijn hart dat de samenwerking meer wordt dan een opslokking van KSV Temse door KSC Lokeren. Een goede geestelijke opvolger worden van een traditieclub is immers niet gemakkelijk: Waasland-Beveren doet me ondanks de clubkleuren en het stadion pesoonlijk nog heel weinig denken aan het oude Beveren, Excel Moeskroen is er dan weer te ver in gegaan en heeft door het schrappen van Péruwelz in de clubnaam zo goed als alle banden met de oorspronkelijke bezetter van stamnummer 216 doorgeknipt.

Ik hoop dus dat KSC Lokeren-Temse wél een project wordt met een juiste balans. Een beetje zoals de stadionverdeling: het eerste elftal gaat op Daknam spelen, de jeugdwerking gaat door in Temse. Voor de clubkleuren van le nouveau-né heeft men naar Lokeren gekeken, terwijl de staff hoofdzakelijk van Temse overkomt. Voor de spelerskern verwacht ik een mooie mash-up: Temse-spelers die de Tweede amateurklasse al kennen aangevuld met talentvolle Lokerse jongeren – weg met de dure (buitenlandse) middelmaat. Als extra compromis stel ik voor dat mocht de club ooit een bijnaam zoeken – de tricolores van Lokeren vind ik nogal onpersoonlijk – er voor iets typisch Tems wordt gekozen. De Azijnzekers bijvoorbeeld, naar de spotnaam van de Temsenaren. Mocht Lokeren-Temse ooit naar Eerste klasse A promoveren, dan kan de spelersbus op de avond van de titel rechtstreeks van Daknam naar de Wilfordkaai in Temse rijden, waar de spelers dan aan het monument De Tuysscher en De Azijnzeker een feestje bouwen zoals de Real Madrid-spelers traditioneel altijd aan de Cibelesfontein doen. Op die manier is de titel dan echt van Lokeren én van Temse.