De voormalige Spaanse voetbaler Pachín is op 82-jarige leeftijd overleden. De voormalige verdediger speelde het grootste deel van zijn seniorencarrière bij Real Madrid, waarmee hij twee keer Europacup I won, en werkte daarna lang als trainer in de Spaanse lagere divisies.

Enrique Pérez Díaz voetbalnaam Pachín werd geboren in Torrelavega, de Cantabrische gemeente waar later ook drievoudig wereldkampioen wielrennen Óscar Freire het levenslicht zou zien. Via derdeklassers Gimnástica de Torrelavega en Burgos CF belandde hij in 1958 bij CA Osasuna, dat met een vijfde plaats in de Primera División net zijn (toenmalig) beste eindklassering ooit had behaald in de Primera División.

Na amper één seizoen, waarin hij met Osasuna achtste eindigde, maakte Pachín de overstap naar Real Madrid, dat toen bezig was aan zijn reeks van vijf Europacup I-overwinningen op rij. In de finale van 1960, die Real Madrid met 7-3 won van Eintracht Frankfurt na vier goals van Ferenc Puskás en drie van Alfredo Di Stéfano, stond hij in de basis. Ook in 1966, toen Real Madrid zijn zesde Europacup I won de laatste voor een droogte van 32 jaar stond hij in de basis. Pachín is samen met Paco Gento de enige Real Madrid-speler die zowel de Europacup I-finale van 1960 als die van 1966 speelde José Santamaría en Ferenc Puskás, twee winnaars van La Quinta in 1960, kwamen in 1965/66 na de achtste finale niet meer in actie.

Zeven landstitels

Op het palmares van Pachín die slechts acht interlands voor Spanje speelde, waarvan twee op het WK 1962 staat natuurlijk veel meer dan die twee bekers met de grote oren. Zo won hij naast zeven landstitels met Real Madrid slechts één minder dan absolute Real Madrid-grootheden als Alfredo Di Stéfano en Manolo Sanchís ook de Intercontinental Cup 1960 en de Copa del Generalísimo (huidige Copa del Rey) 1962. Zowel in de dubbele finale tegen Copa Libertadores-winnaar Peñarol (1960) als in de bekerfinale tegen Sevilla FC (1962) stond hij in de basis.

Tijdens de bekerfinale van 1962 wist Pachín het wellicht nog niet, maar Sevilla zou uiteindelijk nog een rol van betekenis spelen in zijn carrière: in 1968 ruilde hij Real Madrid in voor Real Betis, dat net uit de Primera División was getuimeld. Later speelde hij nog voor amateurclub CD Toluca. Daarna richtte Pachín zich op een trainerscarrière: hij begon als jeugdtrainer bij Real Madrid en coachte vervolgens verschillende clubs in de lagere divisies. Hij coachte zelf nooit in de Primera División, maar op zijn trainerscurriculum staan verschillende clubs die later (opnieuw) op het hoogste niveau zouden spelen: zijn ex-club Osasuna, Real Valladolid, Levante UD, Córdoba CF, Hércules CF, Albacete Balompié en Granada CF. Hércules leidde hij in 1984 trouwens zélf naar de Primera División, maar Pachín promoveerde niet mee met de club uit Alicante.