Sinds afgelopen zaterdagavond zijn alle kaarten geschud in het rariteitenkabinet genaamd 1B. Ik lees overal in de media dat Seraing na 25 jaar afwezigheid zijn rentree maakt in Eerste Klasse. Bovendien, zo wordt er gezegd, maakt hiermee na kampioen Union Sint Gillis, een tweede traditieclub de sprong naar onze hoogste afdeling.

Maar dat is natuurlijk klinkklare nonsens. Er speelde vijfentwintig jaar geleden weliswaar een club genaamd RFC Seraing in Eerste Klasse, maar de ploeg van toen heeft helemaal geen connectie met het vehikel dat dit weekeinde gepromoveerd is. Het toenmalige Seraing was drager van stamnummer 17 en in 1904 opgericht als FC Sérésien. Vanwege financiële perikelen fusioneerde het vijfentwintig jaar geleden – in 1996 – als Eersteklasser met Standard. Al is het beter te stellen dat de club werd opgeslokt door de buurman uit Sclessin.

Het Seraing van tegenwoordig heeft dan wel dezelfde naam, dezelfde clubkleuren en ja, het speelt zelfs in het zelfde stadion, maar verder houden alle overeenkomsten tussen de twee clubs op. Het RFC Seraing van nu, dat statutair nog gewoon Seraing United heet, werd pas in 2014 opgericht. Het predikaat “Koninklijk” hebben ze zich dus kennelijk zelf toebedeeld, want normaal gezien wordt deze titel, voor wat die waard is overigens, pas bij het vijftigjarig bestaan van een club uitgedeeld.

In 2013 nam het Franse FC Metz omwille van zijn opleidingsprogramma RFC Sérésien over. Deze club, met stamnummer 23 was feitelijk een voortzetting van een club genaamd FC Bressoux. Dus ook weer een totaal andere club dan het illustere Sérésien met stamnummer 17. Het duurde even, maar toen Metz zich een jaar later realiseerde dat het wel heel lang ging duren voordat deze nieuwbakken satellietclub, die bij de overname uitkwam in Eerste Provinciale, op een aanvaardbaar niveau zou voetballen, werd het stamnummer 167 van Boussu Dour gekocht. Die club werd vervolgens van de Borinage verhuisd naar de boorden van de Maas, et voilá: onze kersverse promovendus, was geboren.

Weinig traditieclub dus, dat Seraing. Op de keper beschouwd heeft de club meer weg van een parasiet. En wat betreft verkeerde de club dit seizoen in 1 B in goed gezelschap. Want net als Seraing, zijn ook RWDM, Lommel en Lierse Kempenzonen clubs die voort zijn gekomen uit ordinaire stamnummerhandel.

Met een beetje fantasie zou je zelfs Club NXT kunnen betichten van enige vorm van parasitisme. Het nam immers niet alleen de plaats van Sporting Lokeren in in de competitie, maar ging ook nog eens doodleuk in hun stadion voetballen.

De onderstaande eindrangschikking had dus feitelijk niet misstaan in de voormalige Tweede Klasse:

1.Union Saint-Gilloise
2.Boussu Dour Borinage
3.KVV Overpelt-Fabriek
4.KVC Westerlo
5.KMSK Deinze
6.Standaard Wetteren
7.KFC Oosterzonen Oosterwijk
8.KSC Lokeren

Het is nog niet duidelijk hoe 1B er volgend seizoen uit zal komen te zien. Maar met Waasland-Beveren en Moeskroen (met of zonder de toevoeging Péruwelz) heeft Seraing in elk geval al twee opvolgers van hetzelfde kaliber.