Op 25 mei wordt in Duitsland de bekerfinale afgewerkt door Bayer Leverkusen en … Kaiserslautern. De Aufstiegmeister kan weer een huzarenstukje toevoegen aan z’n palmares. Na in 1996 de beker te hebben gewonnen en gedegradeerd te zijn uit de Bundesliga, kan dit jaar hetzelfde gebeuren. Maar dan uit de 2e Bundesliga. Redenen genoeg om nog eens langs Betze te passeren, maar dit keer niet alleen. Via via kwam ik in contact met de enige officiële fanclub van FCK in België, die Flämischen Teufel, die toevallig een oorkonde in ontvangst mocht nemen tegen Magdeburg. De sterren stonden op één lijn voor wat een prachtgroundhop zou worden.
Twee jaar geleden besloten ik en twee vrienden naar Osnabrück – Kaiserslautern te gaan kijken. Door wat slecht planwerk moesten we tickets aankopen in het uitvak. Terwijl honderden mensen bijeengepakt stonden aan te schuiven om hun covidpaspoort te laten scannen, werden we aangsproken door Pascal, een FCK-fan die hoorde dat we niet uit de buurt kwamen. Hij nam ons de rest van de wedstrijd mee op sleeptouw. Hij was op dat moment al een biertje of twintig ver, wat de conversaties al wat gemakkelijker maakte. Hij gaf ons z’n gegevens en nam ons later eens mee naar Lautern. Op slag werd ik verliefd bij het betreden van de befaamde Westkurve, de staantribune achter de goal. Volledig uit m’n lood geslagen besloot ik een fanclub te zoeken in België. Zo was er maar eentje. Na mezelf een paar maand stil te hebben gehouden, kreeg ik van Patrick, de voorzitter, de vraag of ik een keer wou meegaan.
Vol stress reed ik naar de park & ride in Wommelgem, waar mijn metgezellen Johnny, Patrick en Jonathan mij stonden op te wachten. Het is toch een rit van acht uur heen en terug met drie volslagen onbekenden. De gebroken arm van Patrick, die net terug was uit Firenze om zijn andere passie Club Brugge te volgen, was meteen voer voor discussie. Maar na twee minuten was ik al helemaal op mijn gemak. Direct werden verhalen opgevist van de avonturen die ze de laatste dertig jaar hadden beleefd. Je moet het toch maar doen, elke week een auto vullen en bijna 24 uur onderweg zijn om je favoriete club aan het werk te zien.
Eenmaal aangekomen was er een strak schema. Eerst babyvoeding halen, die veel goedkoper is in Duitsland, en daarna naar de fanshop in het centrum van de stad. Ik vroeg me af wat we daar in godsnaam nog gingen halen, aangezien Jonathan op nagenoeg elk kledingstuk een logo van de club had staan. Vervolgens direct door naar het stadion. We hadden namelijk via Guido, onze ‘insideman’, de kans gekregen ons prachtige spandoek op te hangen vlak achter de goal. Als benjamin van de groep kwam de eer mij toe dit grote gevaarte naar boven op de Betzenberg te zeulen, wat ik maar al te graag deed. Onderweg zie je dan tussen de bomen al de glasramen van het stadion opdoemen, wat een prachtig beeld geeft. Wanneer je langs de stad rijdt, dan torent dit prachtige stadion boven alle andere gebouwen uit. Het blijft onvatbaar dat er zo’n gevaarte met 50.000 plaatsen staat in een stad met amper dubbel zoveel inwoners.
Terwijl Jonathan en Johnny de honneurs waarnamen en het spandoek voorzagen van een mooi plekje voor de Westkurve, had ik even tijd om met Patrick te praten. Patrick is al sinds 1993 fan van de club. Zoals bij vele anderen kwam de eerste vonk bij hem door een familielid. Hij keek vaak naar de Sportschau met z’n familie en z’n broer, die al fan was van de club. Samen trokken ze naar Köln om daar de wedstrijd tegen Kaiserslautern bij te wonen. Ze zaten in het thuisvak, maar het waren de andere supporters en het andere team waar hij z’n ogen naar uitkeek. Het is leuk om Patrick zo passioneel te horen vertellen over vroeger. We schelen wel wat qua leeftijd, wat me vaak in een lastig parket bracht omdat ik bepaalde spelers gewoon niet kende. Toch was het waanzinnig aangenaam hem met glinsterende ogen te horen vertellen over zijn Lautern.
Het is leuk om Patrick zo passioneel te horen vertellen over vroeger. We schelen wel wat qua leeftijd, wat me vaak in een lastig parket bracht omdat ik bepaalde spelers gewoon niet kende. Toch was het waanzinnig aangenaam hem met glinsterende ogen te horen vertellen over zijn Lautern.



Daarna was er even tijd om wat te verkennen. Alles in de stad en rond het stadion ademt Kaiserslautern. Je hebt de ontelbare kraampjes met sjaals en stands om de obligatoire braadworst en biertjes te gaan halen. Tussendoor is het wel even de zakken met leeggoed ontwijken, wat een prachtig systeem is in Duitsland. Overal hangen stickers en voor je aan de beklimming begint, passeer je een pleintje met het Fussbal ohne Grenze-monument. Veel tijd was er echter niet, want we moesten naar binnen om onze oorkonde te ontvangen op het veld. Slechts twee personen mochten mee. Ik en Johnny bleven achter. Fier als een gieter liet hij het plaatje van de fanclub zien dat Hollywoodgewijs voor de ingang van het stadion ligt. We werden dan maar aangesproken door een ongemakkelijke steward. Nadat hij doorhad dat mijn Duits zeer belabberd is en dat je dat van Johnny ook best even door Google Translate haalt, besloot hij het maar te laten voor wat het was.



Dan was het tijd voor de wedstrijd. Het blijft altijd even slikken als je de Westkurve binnenkomt achter de goal en naar boven kijkt. De tribune lijkt oneindig. Jonathan vertelde me dat het na die van Dortmund de grootste staantribune van Europa is. Voor de wedstrijd spelen ze ook het Palz-lied. Een lied over de streek waar alle fans zo trots op zijn. Alle sjaals gaan de lucht in en iedereen zingt mee uit volle borst. Kiekeboebels, zoals ze dat in Antwerpen zeggen. Daarna was er ook nog een grote pyroshow om het helemaal af te maken. Het leuke aan FCK is dat de sfeer naar mijn mening anders is dan in de meeste Duitse stadions. De supporters zingen natuurlijk heel de tijd en zijn niet vies van wat vuurwerk en vlaggen, maar er wordt wel gelet op wat er op het veld gebeurt. Ook al komen ze snel 3-0 voor, er is niemand gerust in, omdat het al vaker misgelopen is. Gelukkig gaven ze dit niet meer uit handen en zijn ze weer een stapje dichter bij het behoud.






Om vier uur ’s nachts kwam ik thuis. Heel moe, maar heel voldaan. Ik heb drie prachtige mensen leren kennen met een waanzinnig hart voor de club. Mensen die meeleven met alles wat Lautern meemaakt. De passie van deze mensen voor een voetbalploeg vierhonderd kilometer verderop, is geweldig om te zien. Hopelijk blijven ze nog eens dertig jaar op en neer rijden, en mag ik nog een keer mee de oversteek maken. Zelf heb ik ook weer gevoeld wat me net zo aantrekt in deze club. Kaiserslautern is een religie, de supporters heel gelovig en der Betze hun kerk. Het is zoals het in het Palz-lied gaat. Des wär alles nix besondres. Maar voor deze mensen wel.
