Een opvallend gevleugeld schepsel klieft tijdens het Jupiler Pro League-seizoen 2021/22 door het Belgische luchtruim. Elke speeldag kiest het zo fris als een hoentje één wedstrijd uit, waarbij de hoofdvogel steevast wordt afgeschoten. Maak kennis met avis tactici, de tactiekvogel. Telkens zal dit gevederd voetbaltechnisch meesterbrein een opvallende tactische zet, een innovatief spelsysteem of een geniale wedstrijdkantelende ingreep vanuit de nok van het stadion met een adelaarsblik bestuderen en via dit platform aan u kenbaar maken. Eén ding is zeker: van de Kehrweg tot de Diaz Arena is elke stuntelige oefenmeester een vogel voor de kat.

Beeld u eens in dat een natuurfotograaf in Nieuw-Guinea een plaatje schiet van een kleurrijke paradijsvogel die net op dat moment langs een prachtige waterval fladdert, met op de achtergrond een volledige regenboog. Zo’n perfecte samenloop van omstandigheden zag ik afgelopen vrijdag ook in Luik. De openingswedstrijd van de competitie, een wedstrijd tussen twee belangrijke clubs die tevens grote rivalen zijn en dat op het mythische Sclessin, daar moest ik gewoon bij zijn. Vanop de bovenrand van het scorebord dat tribunes 1 en 3 met elkaar verbindt en een ideaal zicht biedt op het terrein, aanschouwde ik de knappe tactische en mentale samenloop van omstandigheden die de coronasituatie en vooral coach Mbaye Leye gecreëerd hadden.

Ten eerste was er de terugkeer van de supporters, die een duidelijke invloed hadden op de onbegrensde inzet waarmee de spelers van Standard tussen de lijnen waren gekomen. Die overgave en ook teamspirit vormen een belangrijk tweede element, gegroeid uit de beslissing van Mbaye Leye om verder te gaan met de jongens die het team boven het individu stellen. Aan strijdlust heb je echter weinig zonder plan, dus ook het tactische kader van Leye was noodzakelijk om de supporters van Standard naderhand met een tevreden gevoel terug naar huis te sturen. Vanop de nok van Le Bois d’Avroy zag ik na de wedstrijd ondanks de late gelijkmaker louter blije gezichten. Ten vierde was er ook de aanpak van de bezoekers: zonder een aanvallend KRC Genk zou je hoe dan ook een andere partij namens de Rouches gekregen hebben.

Samuel Bastien was misschien wel de exponent van het in ere herstelde Luikse DNA. De middenvelder stoof over het veld met eenzelfde intensiteit als die van een adelaar duikend naar zijn prooi. Explosief zijn is niet voldoende, constant sprints uit de benen schudden aan hoge intensiteit is ook een mentale kwestie en in de koker van Bastien zat het vrijdagavond duidelijk goed. Men zei na afloop van de wedstrijd meermaals dat Standard pas in de tweede helft echt aanspraak maakte op treffers, maar eigenlijk schreef de ploeg van Leye ook de eerste helft een positief verhaal. Waar een 3-5-2 tegen een sterke tegenstander al eens te vaak durft te vervellen tot een lage 5-3-2, was dat nu niet het geval. De thuisploeg kreeg een aantal mogelijkheden na balrecuperaties volgend uit een hoog blok en veel pressing onder aanvoering van het publiek, maar die werden meestal niet geklasseerd als kansen omdat de voorzetten hun bestemming nèt niet bereikten. Het spitsenduo toonde zijn complementariteit, met Klauss als mobiel targetpunt tot zelfs spelverdeler en Muleka als al even mobiele diepe spits.

Dat het vizier van Onuachu niet op scherp bleek te staan, kent natuurlijk een geluksfactor, maar zoiets dwing je ook af met je spelaanpak. De grote spits dacht misschien dat debutant Ameen Al-Dakhil een hapklare brok was, niets was echter minder waar. De jonge verdediger toonde klasse aan de bal en maturiteit in positionering en duelsituaties, en wat dan gezegd van Moussa Sissako en Konstantinos Laifis? Die laatste speelde als een echte kapitein, de Parijzenaar als een Parijzenaar: aan arrogantie grenzende flair en daardoor ook erg veel vertrouwen met het leer aan de voet. Aan pressing heb je weinig zonder aansluiting vanwege de rest van je team en daar was werkelijk niets op aan te merken. Het vooruit verdedigen van de centrale verdedigers ontmoedigde de – natuurlijk erg sterke – voorhoede van Genk bij momenten. Op het middenveld formeerde Standard zich in de organisatie in een driemanslijn met Cimirot centraal, bij de momenten van voorwaartse druk was de Bosniër vaak de hoogste pion en sloten Bastien en Raskin goed bij. Dat die laatste zijn niveau in de tweede helft nog opkrikte en de ene na de andere balverovering liet noteren, was misschien wel de grootste reden van het feit dat Standard de overhand kon nemen in de tweede helft.

Dit alles neemt niet weg dat Standard ook problemen kende. Genk heeft simpelweg een goed team en in hun 4-2-3-1, we noemen het eerder zo dan een 4-3-3 met de punt naar voren omdat Trésor en de naar binnen knijpende Bongonda al eens van positie wisselen, zullen ze nog erg veel dominante wedstrijden afwerken. Vooral de relatief vrije rol van Hrosovsky zorgde voor moeilijkheden en dat gold ook voor de ietwat onevenwichtige doch daardoor gevaarlijke formatie van Racing Genk. Om Siquet op te vangen bleef Arteaga net iets vaker hangen, ondanks het feit dat Bongonda zelden in de buurt van de zijlijn te zien is. Ito blijft daar aan de rechterkant van nature wel vaak hangen, waardoor de overlappingen van de al even razendsnelle Preciado het vaak onduidelijk maakten wie wie moest dekken aan Luikse zijde. Een 3-5-2 houdt de backs van de tegenstander namelijk vaak als ‘vrije’ tegenstanders, die collectief opgevangen moeten worden tussen de buitenste spelers van het middenveldtrio, de wingbacks en de spitsen. Tijdens de rust stuurde Leye in deze context wat bij, maar in de eerste helft zag de eerder trage Nicolas Gavory af en toe sterretjes toen hij die twee vlugge valken op zich af zag komen.

Ik hoop dat u genoten heeft van mijn eerste analyse. Volgend weekend vlieg ik naar een ander Belgisch stadion en breng ik opnieuw verslag uit. Verder wil ik u deze prachtige foto afkomstig van de vogelapp niet onthouden.