Een opvallend gevleugeld schepsel klieft tijdens het Jupiler Pro League-seizoen 2021/22 door het Belgische luchtruim. Elke speeldag kiest het zo fris als een hoentje één wedstrijd uit, waarbij de hoofdvogel steevast wordt afgeschoten. Maak kennis met avis tactici, de tactiekvogel. Telkens zal dit gevederd voetbaltechnisch meesterbrein een opvallende tactische zet, een innovatief spelsysteem of een geniale wedstrijdkantelende ingreep vanuit de nok van het stadion met een adelaarsblik bestuderen en via dit platform aan u kenbaar maken. Eén ding is zeker: van de Kehrweg tot de Diaz Arena is elke stuntelige oefenmeester een vogel voor de kat.

U kan het me vast wel vergeven dat ik na amper een goede maand alweer naar de Vurige Stede ben gevlogen. Zeg nu zelf, waar kan je meer van de terugkeer van de volle stadions genieten dan op Sclessin? Neem daar nog eens het gegeven bij dat het KV Oostende van Alexander Blessin, tactisch een van de meest interessante figuren op de Belgische voetbalvelden, op bezoek kwam; Standard – KV Oostende was een logische bestemming voor mijn vijfde wedstrijdbezoek en bijhorende analyse.

En toch stelde hij me teleur, succescoach Blessin. Het verwonderde me dan ook dat de reacties over en van Manuel Osifo na afloop zo positief waren. Niet dat hij er veel aan kon doen, de jonge verdediger van KVO, maar hij is wel het onderwerp van dit relaas. Osifo is een centrale verdediger, hoogstens een defensieve middenvelder, en toch speelde hij op de wingbackpositie aan de rechterkant in de Oostendse 3-5-2. Een noodoplossing door schorsingen en blessures, absoluut, maar was dat echt de beste keuze? Vanop het dak van tribune 2 – ik ga mijn vleugels heus niet verbranden aan het bengaals vuur in de vakken aan de korte zijdes van het speelveld, en door de rook aangetaste longen zijn ook nefast voor een vogel die het land wekelijks moet doorkruisen – aanschouwde ik een KV Oostende dat toch een beetje aan zelfontmanteling deed.

Dat Oostende ondanks dat in-de-eigen-voet-geschiet een behoorlijke partij speelde, staat ook buiten kijf en toont helder aan dat Blessin een goed geheel neergezet heeft. Duidelijk op de counter – geen ploeg heeft gemiddeld minder balbezit dan het kustteam dit seizoen -, maar kwalitatief meer dan behoorlijk. Over het doelpunt wil ik weinig kwijt: beweren dat het 100% zeker (geen) buitenspel was bij een situatie waarin alle belangrijke ledematen zich in het luchtruim bevinden, framekeuze zo cruciaal doch precair is en het beeldmateriaal uit zo’n verkeerde hoek is geschoten dat je op het blote oog en via het menselijk brein niet de nodige perspectiefaanpassingen kan doorvoeren, is bijzonder hypocriet.

Terug naar wingback Osifo. De wingback die geen wingback was. Want wingbacks, die trekken in balbezit minstens zeer sporadisch mee naar voren. De grote Osifo bleef hangen en bracht een tactische kettingreactie teweeg. Of dit vooraf al de bedoeling van Mbaye Leye was, weten we natuurlijk niet, maar de Luikse 4-3-3 ging wel heel nadrukkelijk op een ‘4-4-2 ruit’ lijken (zie onderstaande foto via de vogelapp), een systeem dat de Senegalees vorig seizoen ook al eens uit zijn hoge hoed toverde. Aangezien de twee Nicolassen – linksachter Gavory en linker-8 Raskin – in balverlies voldoende mankracht betekenden aan de linkerkant, kon Selim Amallah zowat altijd in zijn natuurlijke rol van aanvallende middenvelder fungeren en groeide Aron Donnum uit tot tweede spits. Dat mannetje extra in de as van het veld leverde uitzonderlijk veel vrijheid op voor Gojko Cimirot, de defensieve middenvelder van de Rouches. Daardoor kwamen de bezoekers iemand tekort in de pressing en voetbalde Standard er meestal gemakkelijk onderuit. Nogmaals, KVO was goed genoeg aan de bal om ook tot mogelijkheden te komen, het deed dat alleen veel minder dan gewoonlijk via de gebruikelijke speelwijze gekenmerkt door ongebreideld enthousiasme, druk vooruit en hoge balrecuperaties.


Eerder verschenen: