Een opvallend gevleugeld schepsel klieft tijdens het Jupiler Pro League-seizoen 2021/22 door het Belgische luchtruim. Elke speeldag kiest het zo fris als een hoentje één wedstrijd uit, waarbij de hoofdvogel steevast wordt afgeschoten. Maak kennis met avis tactici, de tactiekvogel. Telkens zal dit gevederd voetbaltechnisch meesterbrein een opvallende tactische zet, een innovatief spelsysteem of een geniale wedstrijdkantelende ingreep vanuit de nok van het stadion met een adelaarsblik bestuderen en via dit platform aan u kenbaar maken. Eén ding is zeker: van de Kehrweg tot de Diaz Arena is elke stuntelige oefenmeester een vogel voor de kat.

Hoewel België een klein landje is, mag je de afstanden voor een vogel niet onderschatten. En al zeker niet wanneer de weergoden tijdens het doorgaans warmste seizoen uitpakken met heus pestgedrag jegens alle aard- en luchtruimbewoners. Om maar te zeggen dat ik na mijn bezoek aan Sclessin afgelopen week niet uit de provincie Luik geraakt ben. Geen erg, want Am Kehrweg, in vogelvlucht – hoe anders? – een goeie 30 kilometer oostwaarts, stond een zeer interessant duel op het programma. Na de eerste partij van de recordkampioen waren de reacties op de vogelapp niet mals, dus ik was erg benieuwd naar de spelaanpak van de heer Vincent Kompany voor de uitwedstrijd van zijn team in Eupen.

Elk vogeltje zingt zoals het gebekt is en dat geldt absoluut ook voor mij: ik ga mijn eerlijke analyse niet inslikken, wat ik gezien heb niet verbloemen. Het deed werkelijk pijn aan de ogen. Zowel het plan als de uitvoering. Toen Kompany er in 2019 aan begon, wat zijn rol toen ook was, ging de eerste wedstrijd verloren (1-2 tegen KV Oostende), maar was de voetbalfilosofie waarmee het team het terrein op kwam wel duidelijk. Verzorgd voetbal, opbouw van achteruit, spelen naar het DNA van de club. Te weinig kansen, absoluut, maar wel een spelidee waar de fans achter konden staan. De conclusie na Eupen – Anderlecht is pijnlijk doch duidelijk: ten opzichte van die allereerste wedstrijd van het proces heeft Anderlecht geen stappen vooruit gezet, integendeel. De filosofie is verdwenen en er is niets voor in de plaats gekomen.

Achterin waren er nog wel restjes van die initiële filosofie te bespeuren: Van Crombrugge en zijn drie centrale verdedigers wouden verzorgd uitvoetballen. Het probleem was echter dat de rest van de ploeg daar niet in leek te geloven, of een andere opdracht had meegekregen. Murillo was alleen bezig met zijn hoge positie op het veld, Cullen en een erg afwezige – fout gebruikte – Ashimeru boden zich quasi nooit aan. De wel vaak inzakkende Verschaeren bedienen hielp niet echt, omdat die laatste zich meestal beperkte tot een kaats naar de afzender. Retour Afzender en geen stap verder.

De pijnlijkste vaststelling situeerde zich in de voorlinie. Als we het systeem beschouwen als een 3-5-2, Verschaeren was namelijk eerder de derde middenvelder dan een linksvoor in een 3-4-3, bestond die aanvallende lijn uit Raman en Amuzu. Raman, ondertussen staat hij in het woordenboek als definitie van ‘stijlbreuk’ opgelijst, pakte uit met meerdere spectaculaire sprints bij balverlies, hij is tenslotte gehaald omdat hij – u hoort het goed – behoorlijk sterk is in de pressing, maar aan de bal was het een erg mager beestje. De rol van Amuzu, spits naast Raman, is wat mij betreft onverklaarbaar. Natuurlijk, als je louter kijkt naar de jongens die Kompany aan de aftrap wou brengen, is er zeker een logica achter de 3-5-2 te vinden. Ja, met die drie goede centrale verdedigers in de kern zou het zonde zijn om ze niet allemaal te laten starten. Ja, Murillo in een offensieve positie met veel ruimte brengen is een goed idee. Kompany verloor echter een toch wel belangrijk detail uit het oog: een voetbalwedstrijd wordt meestal afgewerkt … tegen een andere ploeg. En Anderlecht speelde volkomen in de kaart van Eupen.

Herr Kramer hoopte na de sterke prestatie van zijn jongens tegen landskampioen Club Brugge allicht dat hij zijn team op exact dezelfde manier kon laten voetballen. Korte schets: 3-5-2, op het middenveld een driehoek met de punt (Cools) naar achteren, N’Dri als wingback aan de linkerkant. De droom van Eupen-coach Kramer was allicht dat Anderlecht niet met dubbel bezette flanken zou aantreden. En jawel, dat gebeurde. Amuzu speelde voorin, N’Dri – geen verdediger! – moest zich defensief met slechts één speler (Murillo) bezighouden. Daar lag de sleutel in deze partij.

Dankzij de nieuwe positie van Amuzu, wat tot overmaat van ramp niet eens zijn beste positie is, moest Eupen geen aanpassingen doorvoeren die misschien wel dodelijk waren geweest. In het systeem van speeldag één, een 4-2-2-2, of in een 3-4-3, met de aanwezigheid van die drie goede centrale verdedigers in gedachten, zou N’Dri twee razendsnelle tegenstanders gehad hebben en zou hij zich niet zo hebben kunnen uitleven in balbezit. Dan zou het Eupense middenveld op een lijn hebben moeten spelen en zouden Kayembe en Peeters naar de zijkanten hebben moeten uitwijken om de (wing)backs van Anderlecht in de gaten te houden. Dan zou Ashimeru meer ruimte hebben gehad op het middenveld. Dan zouden Ngoy en Prevljak een lagere positie hebben moeten innemen om de ruimtes kleiner te maken, met minder snelle en vlotte counters tot gevolg. Dan zou Gomez het gemakkelijker hebben gehad, dan zou Heris als ‘RCV’ minder man-meer-creërende rushes uit zijn lange benen hebben kunnen schudden.

Een tactische lege doos en los zand op het veld. Eupen was collectief sterker. Het feit dat Anderlecht in de extra tijd, bij een gelijke stand, tegen een ploeg die kwalitatief simpelweg minder goed is, de bal achterin inspiratieloos rondtikte, was veelzeggend (zie in deze context ook onderstaande vogelapp-publicatie omtrent de eerste speelhelft). Benieuwd of Kompany opnieuw een duidelijke filosofie op tafel legt een vooral een doordacht spelsysteem. Anders wordt Anderlecht een vogel voor de kat: van degradatie zal ondanks de huidige positie natuurlijk geen sprake zijn, maar nieuw en herhalend gezichtsverlies is niet uitgesloten.